is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grondwet van 1848 zeer duidelijk uitgedrukt. Nog blijft de monarchale macht tamelijk uitgebreid, maar zij wordt in wèzen beperkt door de onschendbaarheid van den Koning, terwijl de ministers verantwoordehjk zijn (te regelen bij de wet) voor alle regeerirjgsbandelingen. Tevens krijgt de regeering te maken met een zeer versterkte kracht der Staten-Generaal, wier leden wegens hunne adviezen ter vergadering niet vervolgbaar zijn, zoowel door de veranderde wijze van samenstelling als door de uitbreiding der bevoegdheden. In het bizonder geldt dit van de Tweede Kamer, waarvan de leden (i op elke 45.000 inwoners) voor den tijd van 4 jaar, terwijl om de 2 jaar dé helft aftrad, gekozen werden uit de minstens 30-jarige Nederlanders door de meerderjarige Nederlanders, die in de directe belastingen een som van minstens /20—/160 (dit hing af van de plaatselijke gesteldheid) betaalden. Hier kreeg dus de volkskracht ruimte, om zich te doen gelden, en tevens in de Provinciale Staten en gemeenteraden, die door dezelfde kiezers (bij de laatste was de census de helft lager) gekozen werden, terwijl in de eerste alle standsverschil werd opgeheven en in de gemeenten het verschil van platteland en stad verdween. De leden der Eerste Kamer, ten getale van 39 (een bepaald aantal uit elk gewest) werden gekozen door de Provinciale Staten uit de hoogstaangeslagenen in de directe belastingen voor 9 jaar, terwijl om de 3 jaar een derde aftrad. Terwijl de macht der Tweede Kamer uitgebreid werd door het haar verleende recht „wijzigingen in een voorstel des Konings te maken" (recht van amendement) en dat van enquête, werd die van de Staten-Gene-1 raai vergroot door de instelling van éénjaaxlijksche begrootingen van alle uitgaven (te verdeelen naar die voor elk departement) en de middelen tot dekking, terwijl hun een aandeel in het koloniaal bestuur werd toegekend. De Koning kreeg het recht om beide Kamers, elk afzonderlijk of samen, te ontbinden, mits binnen twee maanden nieuwe Kamers samenkwamen: een middel, dm bij voorkomende conflicten een beroep op de kiezers te doen. ! Naast de volkskracht, die zij in den staat binnenliet, waarborgde dé grondwet in ruimere mate de vrijheid: van drukpers, behoudens ieders verantwoordehjkheid voor de wet, van petitie, van Vereeniging en vergadering, van godsdienst — nu zelfs mét de uitdrukkelijke afschaffing van het recht van placet (p. 430) —, van onderwijs, want het geven hiervan werd vrij behoudens het

31