is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek tot de staatkundige geschiedenis van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

scholen van staatswege mogelijk maakte. De meeste hberalen, hopende den schoolstrijd nu een einde te zien nemen (waarin ze bedrogen uitkwamen), verzetten zich niet; de Eerste Kamer, in meerderheid nog liberaal, keurde de verandering ook goed. De sociale wetgeving werd gediend door een wet tot het tegengaan van overmatigen en gevaarlijken arbeid van vrouwen en jeugdige personen. De regeling der mihtaire zaken, door den minister van oorlog, den Katholiek Bergansius, flink aangevat, stuitte op moeilijkheden bij een deel van de regeerpartij zelf; verscheidene Kathoheken wilden van de door hem voorgestelde invoering van den persoonlijken dienstplicht niet weten. Onderwijl gaf Keuchenius als nühister van koloniën door zijn scherp optreden tegen den Islam in Indië aanleiding tot kritiek, ook onder zijne partijgenooten, waarom hij aftrad en vervangen werd door Mackay zelf.

De periodieke verkiezingen van Juni 1891 brachten een liberale meerderheid in de Tweede Kamer en acht jaren lang bleven nu de hberalen aan het roen Het zijn de jaren, waarin de jongere onder hen een belangrijk deel van hun programma hebben kunnen verwezenlijken. Niettegenstaande een feilen onderlingen strijd, waarbij ook onder de jongeren twee stroomingen bleken te bestaan, die in deze jaren in den strijd tusschen Tak van Poortvliet en Van Houten zich het duidelijkst vertoonde: de laatste schrikte terug voor de consequentie der radicalere democratie, zooals de meeste der jongere hberalen deze nu voorstonden.

Het kabinet-Van Tienhoven — de formeerder zelf werd rninister van buitenlandsche zaken — trad ten gevolge van de verkiezinr gen van 1891 op. Nu bracht de minister van financiën Pierson de reeds zoo lang gewenschte hervorming van het belastingstelsel tot stand: invoering van bedrijfs- en vermogensbelasting (1892 — '93), afschaffing van enkele drukkende accijnzen. Tak van Poortvliet als minister van binnenlandsche zaken nam de herziening van de kieswet, noodig ten gevolge der grondwetsherziening, ter hand: hij stelde een kiesrecht voor, dat zeer dicht bij het algemeen kiesrecht stond. Maar dit bracht den strijd. De meeste leden van rechts en een deel der hberalen konden zich met het ontwerp niet vereenigen; de laatsten, v.n. Van Houten, wezen er op, dat Tak verder ging dan de eischen der grondwet gedoogden. Na goedkeuring van een voor den minister niet aannemelijk amendement volgde een ontbinding der Tweede Kamer (Maart 1894), die echter