is toegevoegd aan je favorieten.

De grondslagen van het levensverzekeringsbedrijf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

solide bedrijfsuitoefening. Als men nu ziet dat het de Zwitsersche ondernemingen, die op een 3 Va % basis staan en die een veel hoogere bruto-premie vragen, omdat men daar te lande overwegend met winstaandeel verzekert, geoorloofd is, bij wijze van uitersten, door den nood der tijden gemotiveerden maatregel om ten hoogste f 30,— per f 1000,— verzekerd bedrag voor eerste onkosten op de technische reserve te verhalen, dan spreekt het vanzelf dat iemand, die eischen van analogen aard wil stellen aan het Nederlandsche bedrijf, dat in het algemeen op een 4 °/o basis staat en een lage zonder-winstpremie vraagt, tot een veel geringere onttrekking moet komen en bij voorkeur tot geen enkele onttrekking.

Dit is een zware eisch voor het bedrijf, vooral in deze tijden, nu de productie en dus ook de totale productiekosten zoo enorm gestegen zijn. Maar men heeft te bedenken dat bij het systeem van zonder winstaandeel verzekeren, hooge eischen gesteld moeten worden omdat bij dit systeem alle risico van het bedrijf op de schouders van den verzekeraar drukt en deze geen enkel middel heeft om een deel daarvan op de verzekerden af te wentelen, zooals hij, die overwegend mèt winstaandeel verzekert, wèl kan doen.

Is het nu ook een juiste eisch om zulk een spoedige amortisatie van de eerste onkosten voor te staan? Met andere woorden, is deze eisch niet te zwaar, of is deze misschien niet zwaar genoeg?

Van een te zwaren eisch kan men feitelijk alleen