is toegevoegd aan je favorieten.

Rome onder Clemens VIII (Aldobrandini) 1592-1605

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat de nonnenkloosters betrof, schreef de paus voor, dat daar alle vensters naar de straat geblindeerd moesten worden, zoodat het buitenlicht alleen van boven kon doordringen.

In het jaar 1596 verordende hij na een bezoek aan het mannenklooster van Santa Maria sopra Minerva, dat een achterdeur afgesloten moest worden, misschien nog dezelfde deur die daar op een klein typisch Romeinsch pleintje Uitloopt. Dat was het eenige wat hij daar toen aan te merken vond, en even weinig in het klooster van Santa Croce, dat hij nog denzelfden dag met een bezoek vereerde.

Gedurende zijn zomerverblijf in het Quirinaal bracht hij nu en dan bezoeken aan dé kloosters in de buurt van den heuvel waarna dat paleis genoemd is, en bracht het zoo ver als San Pietro in Vincoli.

Men zou een oogenblik deze gewoonte van den paus in verband kunnen brengen met het bericht van eenen ongenoemden schrijver uit dien tijd, dat de paus een afkeer had van monniken. Er is echter een veel meer gereede verklaring, namelijk dat de herhaalde inspecties voortsproten uit de begeerte van den paus Rome bij het Jubeljaar een zoo goed mogelijk figuur te doen maken, hoewel toch ook né het jaar 1600 eenige berichten van bezoeken aan kloosters voorkomen, Nfefr'''

De emotioneele kant van 's pausen karakter hinderde den* Ceremoniemeester geweldig! Hij is werkelijk boos op den paus, als deze bij gelegenheid van een processie, barrevoets naar Santa Maria Maggiore gaat, om daar Goddelijke inspiratie af te bidden ter voorlichting hoe te handelen in de zaak van de verzoening van Hendrik IV met de Katholieke Kerk, en dan rijkelijk tranen stort, als trouwens ook op den dag, dat die verzoening op het plein voor Sint Pieter plaats greep. Hetzelfde gebeurde toen hij* Clemens VHJ, het legatenkruis aan kardinaal Pietro Aldobrandini overreikte, toen deze denzelfden voormaligen koning der Hugenoten een bezoek ging brengen.

Zijne plotselinge aanvallen van woede, die de Venetiaansche gezant had leeren kennen, komen tenminste ook ééns voor in de annalen van den Ceremoniemeester, die ik in het Vaticaansche archief ter wille van dit en andere boeken van mij consulteerde, wanneer, bij eene plechtigheid in de Sint Pieterskerk, de paus een boodschap stuurt naar het zangerskoor, dat zij niet zoo'n vlug tempo moesten maken, dat: „hij hen er anders uit zou laten zetten".