is toegevoegd aan je favorieten.

Rome onder Clemens VIII (Aldobrandini) 1592-1605

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vat torst, is voorgesteld. Het doet er hier verder niet toe, dat de bevolking van Rome aan die figuur den naam: Luther heeft gegeven. De fontein was er reeds in den tijd van Clemens VIII, want zij wordt in een handschrift van diens tijdgenoot Pompeo Ugonio genoemd.

Onze nieuwe kennissen bevinden zich buiten de deur van eene: „osteria" (kroegje); het is nacht, de beste tijd om morra te spelen. De stemmen van de beide amateurs, die eenigszins Onder den invloed van rijkelijk genoten wijn staan, trachten door kracht in te halen wat zij aan timbre te kort komen.

Het tweetal heeft zich tot op dit oogenhhk binnenshuis gehouden, maar nu heeft Trognus een blik opgevangen van Peder, die hem vraagt of hij een liter wijn wil verspelen. De ander stemt toe en de waard vult al bij voorbaat de glazen maat, die de verliezer zal te betalen krijgen. Beiden trekken zij hun hoed over hunne oogen en het spel neemt een begin.

Het is natuurlijk op zich zelf een kansspel, maar de spelers zorgen er wel voor, dat zij het geluk een handje helpen door met de punten te bedriegen, die met de uitgestoken vingers van de andere hand aangeduid moeten worden. Nadat het spelletje een tijdje aan den gang is, valt het lastig te controleeren en dat geeft al dadelijk tot hevige twisten aanleiding. Als alles volgens de regels van de kunst gaat, is het eigenlijk niet aardig voor de hartstochtelijke liefhebbers van het spel. Zij zijn er steeds op uit andere menschelijke elementen aan te brengen door een onderdeel van een seconde later met bun nummer te komen dan hun partner, hetgeen gelegenheid biedt met een bliksemsnellen blik naar beneden het aantal vingers op te nemen, dat de ander uitsteekt. Zoodra de ander dergelijk bedrog, terecht of ten onrechte, meent opgemerkt te hebben, is het eerste sein voor een worstelwedstrijd zoo te zeggen gegeven.

Ook bij Berneri eindigt het in een gevecht. Geen van beiden voelt zich Verplicht den wijn te betalen. Heerlijk is de beschrijving hoe zij dan daar gehavend tegenover elkaar staan, nadat zij hunne woede gekoeld hebben, de haren in verwarring, de oogen gezwollen en met bloedneuzen. De een ziet het haar, dat hij zijnen tegenstander uitgerukt heeft, op den grond liggen, en die: „aanblik van de schade die hij den ander heeft toegebracht, maakt het hem lichter zijn eigen leed te dragen". Overigens brengt nog meer wijn den vrede tot stand!