is toegevoegd aan je favorieten.

Rome onder Clemens VIII (Aldobrandini) 1592-1605

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Caravaggio, dat hij op die wijze bedoelde openbaar aan de kaak te stellen. Al sprekende over de fouten, die zij in bizonderheden naar zijne schatting vertoonden, geeft hij aan het huidige onderzoek een nuttigen, leiddraad in de hand.

Aan den anderen kant mogen wij niet ontkennen, dat de geschiedenis recht doet weervaren aan Baglione, waar hij Caravaggio beschrijft als een man: „satyriek en trotsch, die zich maar al te vaak het gaan en er op los lasterde tegen al de verleden en tegenwoordige schilders, hoe groot zij ook mochten wezen, daar het hem toescheen, dat hij met zijn eigen werk allen die tot het vak behoordenpverschaduwde ... en dat hij altijd op vechterijen uit was".

De zeer verdienstelijke archivaris Bertolotti heeft in zijn boek: „Artisti lombardi in Roma", uit de archieven der gerechtshoven een aantal bescheiden aan het licht gebracht, die ons Caravaggio in volle werkzaamheid vertoonen, als hij 's nachts de straten van Rome onveilig maakte.

Men mag niet ontkennen, dat er ook heel wat chiaroscuro is in de verhalen, die de beschermers van de wet opteekenden uit den mond van de slachtoffers van Caravaggio of hunne getuigen!

Nemen wij bijvoorbeeld de aanklacht, ingediend door iemand met den gracieusen naam Girolamo Spampa, bij den; „goeverneur van Rome", waarin hij vertelt, dat hij: „op een November-avond, na het Ave Maria, van de academie, waar hij les genomen had, thuis keerde. In de via della Scrofa hielden hij en een metgezel even, op, om bij een kaarsenmaker aan te kloppen, waar helaas op hun weg de verschrikkelijke Caravaggio aanlandde, die niets haastigere te doen had, dan ruzie te zoeken en de twee geducht af te ranselen". Een paar slagers kwamen toeschieten en dadelijk: „stelde Caravaggio zich ter verdediging op". In gedachten zien wij hem voor ons, zijn degen door de lucht zwiepend tegenover deze tegenstanders, die van wege hun beroep het mes konden hanteeren. Dit moedsvertoon eindigt met een groote scheur in den mantel van den heer Spampa, die zich ter plaatse een niet al te vleiend oordeel gevormd kan hebben over de gewoonten van de voorname kunstenaars van zijn tijd. . >

Dan hooren wij, dat de dwaze schilder in een schermutseling gewikkeld is met de wachten van den Engelsburg, of wij zien hem vechtend op de piazza Navona, of moeten weer hooren» dat hij er zich mee vermaakte, steenen naar de vensters van eene dame