is toegevoegd aan je favorieten.

Zuid-Amerika

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen. Dit volk, dat dus géheel Brazilië, Paraguay en het Noorden van Uruguay en Argentinië bewoonde, bezat geen bijzonder krijgshaftige eigenschappen, doch was zachtzinnig, vredelievend en leerzaam. Zoo was bij de Guarany's van Paraguay de geest tot verzet al zeer spoedig gebroken, waarna het volk zich snel aan de overheersching der Spaansche avonturiers en Jezuitenpaters aanpaste. De veelwijverij, welke onder Ayolas en Irala openhjk toegestaan werd, en den soldaten twee, den officiers nog meer vrouwen toeliet, heeft de bloedvermenging sterk bevorderd.

Dat dit Tupy-volk over geheel Zuid-Amerika verspreid was, blijkt wel uit de gehjkluidendheid der plaatsnamen. Oogenschqn* lijke afwijkingen berusten vaak slechts op het verschil tusschen Spaansche en Portugeesche spelling; zoo wordt de Uruguaysche grensplaats Cuareim in het Portugeesch Quarahy genoemd.

Tusschen de Guarany-stammen komen ook lagere volkstammen van anderen oorsprong voor, waarin men, vergeleken bij de vermoedelijk Aziatische afkomst der roode bevolking, autochthoonsche rassen heeft meenen te zien, evenals in Sumatra's binnenlanden oudere stammen nog tusschen de later geimmigreerde Maleiers zijn overgebleven, of zooals verspreide Kelten zich in uithoeken van Europa hebben staande gehouden. Aldus waren de hoogvlakten in de binnenlanden bewoond door het ras der Tapuya's, waarvan de kannibaalsche Aymoré's en de thans nog in Espirito Santo voorkomende laagstaande Botocudos de bekendste stammen zijn.

Aan de monding van de Plata-rivier waren de Indianen, zooals uit het historische overzicht bhjkt, veel krijgshaftiger dan hün Guarany-neven. Bijzonder onderscheidden zich de Charrua's, die Uruguay bewoonden en de Querandi's van den anderen oever, welke langen tijd alle vestigingen van de Spanjaarden belet hebben.

De Chaco, die dorre woestijn van zand en ijl bosch, die thans tusschen Argentinië, Paraguay en Bolivia verdeeld is, werd eveneens door müitaire rassen bewoond. Al spoedig bemerkten de Spanjaarden bij het opvaren der rivier, dat de Oostelijke oever de gunstigste was, met een kneedbare Guarany-bevolking, terwijl met de Chaco-Indianen van den Westelijken oever niets aan te vangen was.

Pas in 1878 heeft Generaal Roca op even energieke als afdoende