is toegevoegd aan je favorieten.

Zuid-Amerika

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in den trein, dan ontspint zich al spoedig een levendige woordenstrijd, die in luiden demagogischen toon gevoerd wordt. Thema is of de gouverneur van den staat al dan niet de gewetenlooze schobbejak is, dan wel de onbaatzuchtige, hoogstaande bestuurder van edele beginselen, waarvoor elk der partijen hem houdt. En of de senator voor den staat zich in Rio zal aansluiten bij de groep van generaal zus of van doutor zoo. Er stapt een nieuw reiziger den groep binnen, in geelachtig linnen slobberpak met streepjes, hooge en wijde rijlaarzen met rinkelende rozetsporen en een zweep in de hand; een vuilgeworden panama op het hoofd, een gerafelde boord, ongeschoren kin etc. Men zal zich meestal vergissen, wanneer men hem voor een struikroover houdt, of voor een cowboy of gaucho of zelfs landbouwer. Hij zal slechts bestuurder van een suikerfabriek zijn, die even een paar stations ver meerijdt om ergens naar te gaan kijken; zijn paard, een zielig klein beestje voor zoo'n grooten man, heeft hij als bagage meegegeven, en het dier daartoe een bagage-etiket op den neus geplakt. Wanneer hij uitstapt haalt hij z'n beest even uit den paardenwagen, scheurt het papiertje van z'n neus, en trippelt weg, den heeten zandweg op. Men neemt in die streken z'n paard mee net als bij ons z'n fiets.

Opmerkelijk is, dat in Noord-Brazilië de paarden niet met een gewoon bit of trens of stang in den mond worden gereden, doch met een klem boven op den neus, die, wanneer men de teugels aanhaalt, den snuit samendrukt. De paarden krijgen er al spoedig een schrijnende wond van, die altijd een onoogelrjk lidteeken achterlaat.

Elk stationnetje is weer een markt op een stoffig pleintje; in het stadje Floresta dos Leöes ziet het er zelfs heel levendig uit: een paar breede lanen met schaduw, en daartusschen uitstalhngen van vleesch, gedroogde visch, vruchten, houten gereedschappen, zadels etc, kortom een toko in de open lucht. De trein wordt weer bij elke halte overstroomd door jongens op bloote voeten, die met hun ,,olh' o frête ' jacht maken op koffertjes om te dragen. Soms hebben ze wat te koop, stukjes gekloofd suikerriet in een hchtgevlochten mandje, of rijpe manga's om sappig uit te kluiven, of groene kokosnoten, waar ze met een hakmes den kop afslaan, zoodat men de melk uitslurpen kan.

Soms bhjft de trein ook een half uur lang aan een halte staan om hout te laden; lange rijen van opgestapeld brandhout strek-