is toegevoegd aan je favorieten.

Japan en de buitenwereld in de achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er was in de gegeven omstandigheden bij nageen enkel onderwerp haast meer te vinden, waarbij over verandering kon worden gesproken, zonder dat het geheele stelsel in gevaar kwam. Het eenige, wat in 1749 nog bereikt werd, was een verlaging van den prijs der groote kobans voor uitvoer tot omstreeks het dubbele van de binnenlandsche waarde in momme, n.1.12 taels. Het voordeel, dat Nagasaki van den gouduitvoer genoot, verviel dus; en de gevolgen waren spoedig te bemerken: de laatste 1000kobans, die de Compagnie nog mocht uitvoeren, werden ingehouden (de particulieren trokken die nog eenige jaren aan zich) en van het midden der eeuw af heeft dus de Maatschappij geen goud meer uit Japan gehaald. Tijdelijk waren wel andere uitvoerprodukten, als tarwe en zwavel geladen, maar ook dat was slechts van korten duur a).

Want het jaar na de verandering in de kobanrekening stierf de man, van wien sinds eenige jaren de groote drijfkracht was uitgegaan bij alle streven naar verbeteringen, van Imhoff. Tegelijk neigde in Japan Yoshimune ten grave, en daarmee nam de bureaucratie aan weerszijden weer de overhand; gouverneur Kawauchi vertrok en men meldde in Nagasaki spoedig, dat hij gestorven was. De opperhoofden moesten geregeld verklaren in Yedo geen stappen te zullen doen. Blijkbaar heeft echter de bestuurder, die in 1751 de hofreis deed, van Suchtelen het toch ondernomen geschriften werkelijk aldaar ovér te geven. Het succes was nihil; en er volgde een hevige uitbarsting. Er wordt gezegd, dat van Suchtelen ook ontactvol en uit de hoogte tegen de Japanners is opgetreden. Tevens kreeg hij ongenoegen met de Geldkamer, die een crediet verlangde in plaats van het niet meer geëxporteerde goud. Er is nog veel onopgehelderd in deze geschiedenis, maar het scheen er donker uit te zien; alle verworven voordeden: de 11000 pikols koper, de 6000 tads toeslag stonden op losse schroeven.

Te Batavia bestelde men uit Europa alvast Zweedschkoper, voor het geval de betrekkingen in Japan werden afgebroken. De schepen kregen instructies mee weer te vertrekken ingeval er geen waarborgen kwamen, dat men aan zoo iets niet meer bloot zou staan, en dat de bestaande toestand gehandhaafd bleef. Te Batavia kregen zij nauwkeurige lastgeving, hoe in het geval van breuk te handden. Maar juist nu het ernst scheen te worden, bonden ook de Japanal Bijlage III.