is toegevoegd aan je favorieten.

Japan en de buitenwereld in de achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trekken van wissels op Batavia of het verleenen vancredieten bij acte vastgesteld; tot een bedrag van 4000 rds. toe worden ze aangetroffen *); daardoor hielpen beide partijen elkaar. De Compagnie spaarde een deel van haar invoerlading en haar ambtenaren vermeden den uitvoer.

E. PERSONEEL EN LEVEN OP DESHIMA.

§ I. JAARVERDEELING IN VERBAND MET HET PERSONEEL.

Er zijn twee perioden in den jaarlijks terugkeerenden gang van zaken op de Factorij duidelijk te onderscheiden:

ie. de tijd, dat de schepen er waren, en het eiland een en al drukte en beweging was (omstreeks Augustus tot November);

2e. de „stille tijd", wanneer er weinig te doen was en het leven eentonig. Dit deel van het jaar wordt weer in drieën gedeeld door de hofreis van het opperhoofd (Februari—Mei). De maanden er vóór (November—Februari) dienden om toebereidselen te maken voor dien tocht en het aan te bieden geschenk; die er na (Mei— Augustus) om gebouwen, sloepen enz. in orde te brengen, tegen dat de handel weer begon. In later tijd werd ook tusschéntijds wel een verkoop gehouden uit restanten.

Op deze wijze krijgen we in totaal vier tijdvakken, en in verband daarmede wisselde nu ook het personeel, dat op de Factorij aanwezig was. In den handelstijd was dit volledig en bestond in het begin der 18de eeuw uit twee opperhoofden (opperkoopman), een secunde met den rang van koopman, 3 onderkooplieden (pakhuismeester, negotieboekhouder en dispensier), 12 assistenten en subassistenten, een opper- en een onderchinugijn, een hofmeesterkok, en nu en dan een timmerman.

Ingevolge de Japansche bepaling, dat niemand langer dan een jaar achtereen het bewind mocht voeren, ging een der opperhoofden afwisselend naar Batavia heen en weer, en bracht verslag uit, terwijl de ander in functie bleef, de hofreis deed en nog de leiding had bij de daarop volgende „negotie".

Een soortgelijke regeling gold voor de bugyös van Nagasaki en voor de Japansche ambtenaren in het algemeen a). Met dat eene

a) Hoofdstuk II § 7.

») „Minuutbodc van particuliere instrumenten" (i740-'9o) (Koloniaal archief-afdeehng Japan, Alg. Rijksarchief).

•) Het verband tusschen die twee wordt door Titsingh met nadruk aangewezen chronologie der Japanners. Inleiding (Britsch Museum, add. 9394).