is toegevoegd aan je favorieten.

Japan en de buitenwereld in de achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opperhoofd vertrok ook een aantal lagere ambtenaren om met den zomer weer terug te keeren. Vandaar dat in den stillen tijd slechts in Japan bleven: een opperhoofd, een der drie onderkooplieden (afwisselend, echter zooveel mogelijk de dispensier), de opper- en de 2e- of 3e-rangsmeester, 4 of 5 assistenten, de hofmeester-kok, benevens den timmerman. Van dezen toog het opperhoofd met twee of drie anderen naar Yedo, zoodat dan het aantal Europeanen op 5 of 6 gedaald to.

Om het ongeduld van het lager personeel door spoediger bevordering te bevredigen, werden een soort tusschenrangen gevormd boven de assistenten: de boekhouders en vooral sedert ± 1720 den scriba, die o.a. de particuliere akten opmaakte.

Van Imhoff a) bracht echter de hun opgedragen werkzaamheden terug tot bijzondere functies van assistenten; hij schafte den graad van secunde af, omdat diens werk wel door het pas-aangekomen opperhoofd kon verricht worden, daar deze toch nog niet alsleider behoefde op te treden. Het aantal onderkooplieden bracht hij op twee (de dispensier was tevens pakhuismeester). Maar in 1750 waren er weer drie functionarissen, en de pakhuismeester werd in 1759 koopman, daar de geregelde opschuiving zonder dien rang moeilijkheden leverde. De scriba onderscheidde zich nu meer van de gewone „pennisten", daar hij toegang kreeg tot de vergaderingen van de vijf hoogere ambtenaren om de notulen te maken.

Die vergaderingen, „de Raad van Politie",had zoogenaamdhet bestuur en de beshssingen over de handelszaken; maar naar analogie van wat op andere kantoren gebeurde, en te Batavia met den gouverneur-generaal zelf, trokken hier de opperhoofden een groot deel van het gezag aan zich. Sinds 1717 en vooral na 1744 werden belangrijke kwesties uitsluitend door aparte brieven, bijzonder aan hen gericht, afgedaan.

§ 2. OPPERHOOFDEN, PROMOTIE EN PROTECTIE.

Het waren heele heeren die opperhoofden van Japan; zij stonden in rang eigenlijk apart van de opperkooplieden, en voerden een vlag op de wijze van directeurs en gouverneurs1).

a) Zie hoofdstuk III B § 15; hoofdstuk I § 20.

») Van der Chijs, Plakaatboek III, blz. 526; IV, blz. 206. Een lijst van gezaghebbers op Deshima vindt men bij Levysohn, Bladen over Japan, vermoedelijk ontleend aan een bord, dat zich nu in het Algemeen Rijksarchief bevindt.