is toegevoegd aan je favorieten.

Japan en de buitenwereld in de achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den tijd van Psalmanazar's eerste optreden en grootste vermaardheid immers verkeerde Swift in diezelfde kringen, waarin diens verschijnen het meest besproken werd. Ook hij was een dienaar en soms een voorvechter van de High Church. Zijn „Laputa" was een persiflage op de „Royal Society", en die „Royal Society" had zich ook met den pseudo- Japanner ingelaten. De Secretaris, dr. Sloane, had hem aan zijn tafel genoodigd. Zoo is dit hoofdstukjeover Japan een waardige epiloog op deze bitteresatyre over die westersche wetenschap en vooruitgang, die het zoo ver meende gebracht te hebben, maar die, in vergèhjking met de oudheid, naar Swift's meening nog niets beteekenende en in weerwil waarvan door de Hollanders om handelswinst zelfs het Christendom verzaakt werd a).

Dit is de beroemdste doch slechts één van de allegorieën, waarbij de naam Japan — een land, dat destijds als wit vlak willekeurig beschreven kon worden — zóó gebruikt werd, dat alleen de naam nog behouden bleef; aldus in de aan Swift zelf toegeschreven : „Relation of the Court of Japan"1), waar voor „Japan" steeds Engeland moet gelezen worden en voor „the emperor" en zijn minister, George I (of II) en Walpole.

In dienzelfden geest vallen:

„Man unmasked, wonderfull discovery in the island of Japan", written in the Japonise language by the spirit of contradiction, etc, Londen 1706 (de tijd van Psalmanazar). De hoofdpersoon is zekere Sir Neverbegode, een soort Faiistfiguur, die door de„ spirit of contradiction" wordt rondgeleid.

„Voyages philosophiques au Japon" ou „conférences AngloFranco-Bataves" (de Hollander treedt als verteller op), motto: „ridendo dicere verum", Paris 1788. Beide laatstgenoemde geschriften zijn in het Britsch Museum te Londen.

Doch toen „Gulliver's travels" verscheen, was reeds het werk in voorbereiding, waarmee Sloane alles dubbel vergoedde: de opsporing der handschriften van Kaempfer en de vertaling en uitgave van diens „History of Japan" (1727). De auteur zelf was na een druk leven en veel moeilijkheden in de laatste jaren (een

a) Zie hoofdstuk I §6.

l) The proseworks of Jonathan Swift, Bell and Sons, vol. VIII, edited by Temple Scott, blz. 3S2 vlgg.