is toegevoegd aan je favorieten.

Japan en de buitenwereld in de achttiende eeuw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooral Maeno Ryötakti schijnt echter als taalkenner en overzetter van boeken te hebben uitgeblonken. Een soort hnguistisch wonder, begon hij op zijn 47e jaar nog Hollandsen te leeren. Hij had met vele moeilijkheden te worstelen, zelfs zou hij tot armoede vervallen zijn, terwijl zijn vrouw hem verliet1). Uiterst bescheiden, het hij de eer van zijn werk meest aan anderen.

Twee leden van het gezelschap hadden verkeer met Thunberg te Yedo en spraken vrij goed Nederlandsen, speciaal Nakagawa Jünan, maar ook Katsuragawa Hoshü, de lijfarts van den shö-

Tegen het eind der eeuw (1798) is van Hoshü een woordenboek verschenen. Daar dit het oudste was, dat ik zelf kon raadplegen, een enkel woord hierover.

De „Bango Sen" (lijst van barbarentaal) schijnt bij den eersten druk (1797) de HoUandsche woorden nog niet te hebben gegeven in ons letterschrift, maar in de ± 50 phonetische teekens, die men „kana" noemt: verkorte Chineesche karakters, speciaal fonetisch gebruikt en in Japan veel gebezigd. Het boekje is echter niet gerangschikt volgens Europeesch alphabet, ook niet naar een der wijzen, die voor dat „kana" gebruikt worden,maar naar verschillende onderwerpen, volgens de gewone volgorde in Chineesche lexica: hemel, aarde, mensch:

1. astronomische en meteorologische namen; 2. aardrijkskundige; 3. tijdrekening; 4. menschehjke betrekkingen (namen voor verwanten, beroepen, vrienden, eigenschappen); 5. lichaamsdeelen en ziekten; 6. huizen en gebouwen; 7. kleederen, stoffen, kleuren; 8. eetwaren; 9. gebruiksvoorwerpen (ook deelen van schepen, allerlei instrumenten enz.); 10. vuurinstrumenten (wapens); 11. metalen; 12. edelsteenen; 13. —17. namen van verschülende diersoorten; 18. planten; 19. rekenkunde.

Dan volgen: 20. bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden; 21. werkwoorden; 22. voornaamwoorden; 23. voorzetsels; 24. voegwoorden; 25. tusschenwerpsels.

Daarna komen: 26. spreekwijzen voor dagehjksch gebruik (bevelende en vragende zinnen, werkwoorden, vervoeging enz.).

Eenige gesprekken, benevens een lijst van plaats- en rivier-

») Yamasald, a.w., blz. 6z. Deze bewering doet zonderling aan bij de Japansche verhoudingen.

•) Thunberg, a.w., blz. 99 en 234.