is toegevoegd aan je favorieten.

De Klokkenberg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De psalmist kent haar en teekent haar met dat aangrijpende woord: „Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd (letterlijk: ver= molmde mijn gebeente)". Hij kent dat zwijgen, dat er is, ook als de ziel innerlijk zoo onrustig is, dat hij tegelijk kan spreken van een brullen den gansdien dag.

Maar de geestelijke doofheid! O, dat niet willen verstaan, dat niet kunnen verstaan van de roepstem Gods! „Hoe menigmaal heb ik Uwe kinderen bijeen willen vergaderen gelijk een hen hare kiekens onder de vleugelen bijeenvergadert, maar gij hebt niet gewild!"

Hoeveel surrogaten voor gehoorzaamheid heeft de mensch niet uitgevonden, om maar niet te hooren!

„Gehoorzaamheid is beter dan slachtoffer, opmerken dan het vette der rammen,- want wederspannigheid is een zonde der tooverij en wederstreven is afgoderij en beeldendienst."

Maar, moge dan ook de geestelijke stomheid — omdat zoo dikwijls de nood des levens den mond openbreekt — minder algemeen zijn dan de geestelijke doofheid, beide moeten weggenomen worden, zal daar sprake wezen van leven, van blijdschap, van vrede, van kracht en moed, van geloof en hoop. Worden ze verbroken, dan doet dat pijn, dan stelt ons zondig innerlijk zich te weer, — en toch, zalig, zalig de ziel, waar de sprakeloosheid tegenover God heeft opgehouden, en waar het oor ontsloten is geworden voor de sprake Gods.

Dan welven zich twee bruggen, hoog en rank, over de donkere diepten, de groote nooden, de bange raadselen van dit aardsche leven.

Dan is daar de brug van het gebed, waarover de mensch zich redt Uit allen angst, uit alle beperking, uit alle eindigheid,- uit allen strijd getrokken wordt in het eeuwige, in de vrijheid, of neen, naar den Eeuwigen Bevrijder.

Bezwijkt dan ooit in bittre smart

Of bangen nood mijn vleesch en hart,

Zoo zult Gij zijn voor mijn gemoed,

Mijn rots, mijn deel, mijn eeuwig goed. En dan is er die andere brug, waarlangs de mensch telkens tot God nadert, om zich ootmoedig aan Hem te geven: de brug, waarover Samuel ging in dien nacht vol lichten donkerheid, toen hij zeide: „Spreek Heere, Uw dienstknecht hoort!" — de brug, waarover Maria ging in dat