is toegevoegd aan je favorieten.

De Klokkenberg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoogste van onzen dank? Wat doet de koninklijke zanger in Psalm 103? Hij stijgt als de adelaar al hooger en hooger, in steeds hooger kringen op, en als hij eindelijk niet hooger kan, dan daalt hij weder neer met inwaarts geplooide vleugelen en loopt alles bij hem uit in dit heel eenig refrein: „Loof den Heere, mijne ziel!" Of wilt gij het anders met de woorden van mijn tekst? Toen Hendrik V van Engeland ten jare 1415 eene sdiitterende overwinning op de Franschen had behaald, bij Azincourt, verzodit hij den veldprediker een psalm te lezen. Deze begon: „Niet ons, o Heer! niet ons, maar Uwen naam geef eer!" en de koning steeg van zijn paard, en de generaals van hunne paarden, de officieren-en al de minderen van hunne paarden en in een oogwenk lag heel de armee als één man geknield, om Gode de eer te geven voor den triumf, behaald dien dag. In den geest knielen ook wij met de gezegende Chr. Normaalschool neer en roepen wij uit: „Niet ons, o Heer, niet ons, maar Uwen Naam geef eer!" Dat, dat alleen is het slot, want:

„De ware dank is niet 't geluid,

„Maar 't heilig zwijgen van de ziel,

„Die, waar ze in 't stof der aarde viel,

„De voeten Gods omsluit," en zegt: „Dank, Vader, dank!" Amen.

Op dit woord van herinnering en dank, waarbij zooveel uit het verleden ging opleven, volgde, nadat eerst nog de Heer De Vries het Allegro van F. Mendelsohn ten gehoore had gebracht, de toe» spraak van Ds. A. de Geus, die, als inleiding tot het gebed, over het heden en de toekomst der Normaalschool 't volgende zeide: Geachte Hoorders!

Na de tot dankbaarheid stemmende herinnering aan het verleden van de Christelijke Normaalschool, de 75 jarige van den Klokkenberg, moge een schets van het karakter en de taak dier school voor het heden en voor de toekomst U bereiden voor en leiden tot het gebed tot onzen God.

Uit mijn kweekelingen-tijd staat mij zoo levend voor den geest de oude Heer Gerretsen, die ons met zoo kraditigen nadruk kon bepalen bij het woord des Heeren tot Abram:

„Ik ben God, de Almachtige! Wandel voor mijn aangezicht, en zijt oprecht." <Gen. 17: lb.)