is toegevoegd aan je favorieten.

De wet tot verruiming van het plaatselijk belastinggebied

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De belasting naar den uiterlijken staat verdween reeds spoedig uit het wetsontwerp. Korten tijd werd daaruit zelfs iedere eigen inkomstenbelasting verdrongen door de opcenten op de Rijksinkomstenbelasting. In de wet vindt men thans naast elkaar de eigen gemeentelijke inkomstenbelasting en de opcenten.

Der gemeente, die eene heffing naar het inkomen wenscht, staan vier moge.

■7" i i n ltjkheden.

vier wegen open. Zij kan heften:

a. uitsluitend opcenten op de Rijksinkomstenbelasting;

b. opcenten op de Rijksinkomstenbelasting, gecombineerd met een eigen- niet progressieve inkomstenbelasting;

c. uitsluitend een niet progressieve inkomstenbelasting;

d. uitsluitend een progressieve inkomstenbelasting.

Het getal der opcenten is, behoudens de werking der forensenbepalingen, tot 100 beperkt (zie blz. 41). Opcenten en eigen inkomstenbelasting kunnen naast elkander geheven Art. 8486.

.... . . . . . f Combinatie

worden, mits de laatste niet wordt geheven volgens een progressief van opcenten tarief (art. 2436). De reden hiervoor is duidelijk. De progressie van komstenbe. de gemeentelijke inkomstenbelasting moet blijven binnen de grenzen, aangegeven in art. 243e. Deze bepaling zou, ten gevolge van de sterke progressie der Rijksinkomstenbelasting, alle beteekenis missen, indien, naast eene progressieve gemeentelijke inkomstenbelasting, opcenten op de Rijksinkomstenbelasting zouden mogen worden geheven. Van een wettelijke rem tegen een te hooge belasting der inkomens ware dan geen sprake meei.

De bevoegdheid tot het heffen van opcenten houdt intusschen wel verruiming . . ...1 ij j aantal pro.

eene verruiming van het aantal progressie-mogelijkheden in; de pro- gressievemo.

gressie van de Rijksinkomstenbelasting is immers veel sterker, dan die, welke de progressie-formule van art. 243e toelaat. Deze bevoegdheid ontneemt op zich zelf aan die formule echter geenszins hare beteekenis, nu het aantal opcenten, dat de gemeente mag heffen tot honderd is beperkt. Alleen de gemeente, die zich met de opbrengst van 100 of minder opcenten kan tevreden stellen, kan van die sterke progressie gebruik maken. Kan eene gemeente dat niet, dan moet zij haar toevlucht nemen tot het naast elkander heffen van een aantal opcenten en een niet progressieve inkomstenbelasting. De heffing van een vast percentage van alle inkomens verzacht automatisch de progressie der opcentenheffing. Hoe hooger het vaste percentage, hoe minder sterk de progressie. Tal van combinaties zijn hier denkbaar. Zoo kan de gemeente b.v. heffen 100 opcenten en een vast percentage van 5, of 80 opcenten en een vast percentage van 6, al naar gelang van hare behoeften. Of het voor een gemeente de voorkeur verdient opcenten te heffen, gecombineerd met een vast