is toegevoegd aan je favorieten.

Crisis-maatregelen ten behoeve van het overheidspersoneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dien dag viel n.1. het besluit een centrale te stichten alleen van vereenigingen van rijkspersoneel. Het gemeentepersoneel werd uitgesloten.

Zóó weinig kracht ging uit van de nieuwgevormde centrale, dat toen de bij het N. V. V. aangesloten bonden van Overheidspersoneel den 15 October 1916 J) de Nederlandsche ambtenaren bijeenriepen om te protesteeren tegen het uitblijven van afdoende maatregelen ter verbetering hunner positie, 2600 hunner, vertegenwoordigende 32000 personen in Overheidsdienst, aan de roepstem gehoor gaven. Tot dezen behoorden duizenden leden der neutrale centrale, die zelve tot niet-deelname had besloten.

Uit dit kort overzicht blijkt overduidelijk, dat het organisatiebesef bij de Nederlandsche ambtenaren slechts zwak ontwikkeld is.

Het valt onder zulke omstandigheden niet te verwonderen, dat de Overheid zich over hun belangen niet al te druk maakt en de ten behoeve der ambtenaren getroffen crisis-maatregelen zonder onderscheid schriel moeten worden genoemd.

Wij hopen dit aan te toonen bij de bespreking dezer maatregelen.

II.

Inleiding.

Was bij het uitbreken van den wereldoorlog de algemeene overtuiging, dat hij hoogstens een 3-tal maanden zou kunnen duren, al spoedig bleek men zich daarin deerlijk te hebben vergist.

In plaats van 3 maanden duurde hij aan het einde van het jaar 1915 nog onverzwakt voort en begon men zich vertrouwd te maken met de gedachte, dat deze oorlog wel eens 3 jaren of nog langer zou kunnen duren en de verstoring der economische orde zoo ooit, eerst jaren na den oorlog, zou kunnen worden hersteld.

Iruniddels maakten de neutrale landen kennis met een ongelooflijke duurte van alle levensbehoeften en rees de noodzakelijkheid, maatregelen te treffen om de koopkracht van de loonen der arbeiders en ambtenaren zooveel mogelijk op peil te houden.

* * *

Het Hoofdbestuur van den Algem. Nederl. Ambtenaarsbond heeft enkele malen het voorrecht genoten inlichtingen te mogen verschaffen aan gemeentebesturen over duurtetoeslag-regelingen, welke elders waren ingevoerd, doch ondervond daarbij telkens het bezwaar, niet over voldoende gegevens te beschikken.

Vandaar dat den 28 October 1916 een schrijven werd gezonden aan den Heer Directeur van het Centraal Bureau voor de Statistiek te 's-Gravenhage, houdende verzoek de noodige gegevens te mogen ontvangen, waarbij de zeer eigenaardige ervaring werd opgedaan, dat deze autoriteit moest melden al evenmin in het bezit te zijn van behoorlijke gegevens. Zijn antwoord laten wij hier woordelijk volgen:

's-Gravenhage, 10 November 1916.

Naar aanleiding van nevenvermeld schrijven heb ik de eer u mede te deele», dat bij wetten van 29 Mei 1916 (Stbl. nos 214 t/m 218, 226 t/m 230, 35, 36 en 238 t/m 241) tot wijziging en verhooging van verschillende begrootingen, de noodige gelden zijn beschikbaar gesteld tot toekenning van duurtetoeslag aan daarvoor in aanmerking komende lagere ambtenaren, beambten en werklieden in dienst van het Rijk enz.

Men leze het officieële verslag van dit Congres, dat verkrijgbaar is bij den Secretaris van het Salaris-comité: Amsterdam, Da Costastraat 31huis.