is toegevoegd aan je favorieten.

Crisis-maatregelen ten behoeve van het overheidspersoneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. den duur van dezen maatregel te doen bepalen door B. en W. •

II. Het losse personeel een uitkeering te verleenen van ƒ 0.20 per dag.

III. De uitbetaling te doen geschieden eens per maand en op den gewonen betaaldag van het maand- of weeksalaris.

IV. Den maatregel eveneens te doen gelden voor het gemobiliseerd personeel,

met uitzondering der ongehuwden.

# * *

Wel liet de toestand der geldmiddelen niet toe den duurtetoeslag toe te kennen tot een loongrens van ƒ 1500.—, maar die omstandigheid doet toch niets af aan het feit, dat met de organisaties overleg is gepleegd en dat dit overleg vruchtbaar is gebleken, waardoor alle bezwaren van reactionaire zijde zijn weerlegd.

Wij constateeren dit met nadruk en komen er tegen op, dat de onwil der conservatieve besturen om overleg te plegen wordt gemaskeerd achter het bezwaar, dat zoodanige conferenties niet tot eenig resultaat leiden.

15 April 1916 nu besloot de Zaandamsche gemeenteraad tot de navolgende regeling:

gezinsverzorgers met / 800.— salaris of minder ƒ 6.— toeslag p. m.

„ „ 801.— t. m. ƒ 900.— „ 5.— „ „ „ „ „ 901.— „ „ „ 1000.— „ 4.— „ „ „ Deze toeslag werd vermeerderd met 50 cent per maand voor ieder kind beneden den leeftijd van 16 jaar.

Aan de losse werklieden werd boven hun uurloon per dag 20 ct. uitgekeerd. 20 December 1916 werd de navolgende regeling getroffen: 1. Aan vaste en tijdelijke gemeentewerklieden, beambten en ambtenaren wordt met ingang van 1 Januari 1917 verleend een bijslag op het loon of salaris, boven en behalve de bedragen volgens werkliedenreglement, verordening of speciaal Raadsbesluit, en wel naar onderstaanden maatstaf. Deze bijslag bedraagt voor het jaar 1917:

inkomens tot en met ƒ 700.— f 150.—

van ƒ 701.— tot en met „ 800.— „ 140.—

„ „ 801.— „ „ „ „ 900.— „ 130.—

„ „ 901.— „ „ „ „ 1000.— „ 120.—

„ „ 1001.— „ „ „ „ 1100.— „ 110.—

„ „ 1101.— „ „ „ „ 1200.— „ 100.—

„ „ 1201.— „ „ „ „ 1300.— „ 90.—

„ „ 1301.— „ , 1400.— „ 80.—

„ „ 1401.— „ „ „ „ 1500.— „ 70.—

Deze bijslag wordt vermeerderd met 50 cent per maand voor ieder kind beneden den leeftijd van 16 jaar, voorzoover het betreft inkomens tot en met / 1000.—.

Inkomens van meer dan / 1500 en minder dan / 1570 ontvangen een bijslag tot het bedrag van het verschil tusschen de bezoldiging en het genoemde maximum.

Deze bijslag geldt uitsluitend voor gehuwden, weduwnaars met een eigen huishouding, ongehuwde kostwinners en gemobiliseerde kostwinners, die hun hoofdbetrekking in dienst der gemeente hebben. Voor de toepassing van dit besluit worden uitsluitend mannelijke personen als gehuwd aangemerkt.

2. Aan gehuwden, wier jaarlijksch inkomen niet meer dan / 1200.— bedraagt, wordt een bijslag toegekend van ƒ5.— per maand.

Inkomens van meer dan ƒ 1200.— en minder dan ƒ 1260.—, ontvangen een bijslag tot het bedrag van het verschil tusschen hun bezoldiging en het genoemde maximum.