is toegevoegd aan je favorieten.

Crisis-maatregelen ten behoeve van het overheidspersoneel

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Conclusies.

In het overzicht der ten behoeve van het Overheidspersoneel getroffen crisis-maatregelen, dat hierbij in het licht der publieke belangstelling moge worden geplaatst, hebben wij met een enkel woord eraan herinnerd, dat de arbeiders tijdens de huidige crisis een stevig gebruik hebben weten te maken van de hun ten dienste staande middelen en vrijwel overal blijvende loonsverhooging konden afdwingen.

Het overheidspersoneel, meer dan de arbeiders behept met vrijzinnigdemocratische sympathieën — men weet dat de vrijzinnig-democratische politici groote bewonderaars zijn van het stelsel eener prijsregeling door middel van duurtetoeslagen — het Overheidspersoneel moest zich met poovere duurtetoeslagen laten afschepen.

Er is door de autoriteiten weinig werkelijke aandacht geschonken aan den noodtoestand der ambtenaarsklasse.

Dat is gebleken uit het feit, dat in het algemeen veel te lang gewacht is met het beramen van middelen dien noodtoestand te verhelpen. Zoo werd, zooals wij gezien hebben, de eerste rijksduurtetoeslag pas in het laatst van Juni 1916, d.i. bijna twee jaren na het uitbreken van den wereldoorlog uitbetaald (blz. 13).

Kwamen de meeste hierbedoelde maatregelen in den regel veel te laat, ook is gebleken dat de autoriteiten het onnoodig hebben geacht zich met belanghebbenden erover te beraden, terwijl toch om een voorbeeld te noemen, de Regeering overleg met andere groepen uit de samenleving herhaaldelijk heeft ingeroepen en daarmede ook thans nog voortgaat.

De bezittende klasse behoeft geen vrees te koesteren dat de Overheid hare belangen zal verwaarloozen!

Zullen wij straks de vrijheid moeten nemen een enkel woord te zeggen over den afwijkenden inhoud der onderscheidene regelingen, thans willen wij een ernstige grief uitspreken tegen de wijze waarop, afgezien van het met-plegen van overleg met belanghebbenden, in verschillende gemeenten duurtetoeslag-regelingen zijn tot stand gekomen, en welke ons geen hoogen dunk geeft van de regeerkunst harer besturen.

De zaak is dat niet een of twee, maar alle grootere gemeenten zich geplaatst zagen voor het ongetwijfeld-moeilijke vraagstuk, den nood harer personeelen te lenigen.

Wat was nu natuurlijker geweest dan dat men een vergadering had belegd van de Vereeniging van Nederlandsche gemeenten, met het doel zich op deskundige wijze over deze materie te laten voorlichten ?

Men noeme dit niet een onmogelijkheid.

De Regeering heeft er in de mobilisatie een goede gewoonte van gemaakt, inzake de moeilijkheden der levensmiddelen-voorziening overleg te plegen met de Gemeentebesturen van Amsterdam, Rotterdam en den Haag en .. . met het bestuur van de Vereeniging van Nederlandsche gemeenten!

Ware men aldus te werk gegaan, dan zou men zonder al te groote bezwaren een systeem hebben kunnen ontwerpen, dat als grondslag had kunnen dienen voor de diverse regelingen.

Het tegendeel is geschied: elk gemeentebestuur ging naar eigen idee te werk, zonder eenig overleg met de organisaties der belanghebbenden noodig