is toegevoegd aan je favorieten.

Het bankwezen in Nederlandsch West-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

overmakingen vorderen en daartoe werden natuurlijk in de eerste plaats de bankbiljetten gebruikt, die ook in het moederland geldig waren. In twee jaren tijds was daarvan reeds 1/3 verdwenen. En daar de geremitteerde biljetten niet door nieuwe vervangen werden, ontstond er opnieuw een tekort in de circulatie. Men ging nu weder overstag en keerde ten aanzien van het bankpapier terug tot het oude middel, dat reeds zooveel onheilen had gesticht, t. w. de invoering van een eigen betaalmiddel, dat alleen in de kolonie geldig was en dus niet kon worden uitgevoerd. Daarbij beging men de principieele fout om het ruilmiddel met het grondcrediet in verband te brengen. Maar voordat wij daarop verder ingaan is £et noodig te onderzoeken hoe het munt- en credietwezen zich inmiddels op het eiland Curacao had ontwikkeld.

Curacao tot 1828

De bespreking van de toestanden op Curacao kan belangrijk korter zijn. Curacao is een klein eiland, dat weinig voortbrengt en dus niet veel uitvoert en ook weinig invoer behoeft. Zijn commerciëele belangrijkheid dankt het alleen aan zijn goede haven en zijn gunstige ligging in de Caraïbische Zee, even buiten de orkaanstreek, nabij de kust van Zuid-Amerika en op betrekkelijk korten afstand van de overige, 't zij Groote of Kleine Antillen. Deze landen stonden tot in het begin van de 19de eeuw grootendeels onder Spaansche heerschappij en mochten door geen andere dan Spaansche schepen worden aangedaan. Curacao was daardoor een aangewezen stapelplaats voor den handel der Spanjaarden, die voor een goed deel in sluikhandel bestond en die met schoeners en andere kleine vaartuigen werd gedreven.

Langen tijd had men dan ook op Curacao geen ander muntstelsel gekend dan het Spaansche. De belangrijkste munt van dat stelsel was de zilveren piaster of peso, die op Curacao in de wandeling „patienje" werd genoemd, maar bij ons meer bekend is als Spaansche mat, Spaansche daalder of pilaardaalder. Deze peso was in 8 realen verdeeld. Haar waarde was oorspronkelijk gelijk aan 48 stuiver Nederlandsch, zoodat er 6 stuivers gingen in den reaal, die met den schelling werd vereenzelvigd.

In den loop der tijden was het ongeschonden geldstuk echter opgeld gaan doen boven de rekeneenheid, wier waarde door die van de slechte munt werd beheerscht. Zoo ontstond het verschil tusschen