is toegevoegd aan je favorieten.

Het bankwezen in Nederlandsch West-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toestanden in de kolonie zijn dikwijls zóó ongunstig, dat de Guracaosche Bank met haar kleine hulpmiddelen, zelfs bij het meest beleidvol optreden van haar directie, daartegen weinig vermag. En dat is jammer; want hooge of althans onzekere wisselkoersen en een gestoorde of althans zwakke circulatie zijn geen goede lokmiddelen voor handel en scheepvaart.

Ook op dit gebied nu mag men zonder noodzaak geen toestanden laten voortbestaan, die zouden kunnen beletten, dat de kolonie van de doorgraving der Panameensche landengte het grootst mogelijke voordeel trekt. Er moet dus naar een middel worden gezocht, om den stand van zaken te verbeteren. Wellicht kan het bankpapier daarbij van nut zijn.

Tot dusver heeft de nuttige werking van het bankpapier ten opzichte van de circulatie voornamelijk daarin bestaan, dat het niet kon worden overgemaakt en derhalve in de kolonie bleef, waaruit de geldstukken voortdurend verdwenen. Meer dan eens leest men dan ook in de Koloniale Verslagen dat de circulatie alleen door het bankpapier gaande gehouden had kunnen worden. Toch is de invloed er van op het muntwezen niet onverdeeld gunstig geweest. Door een zekere ruimte van onverzendbaar ruilmiddel te scheppen heeft het de overmaking van geld natuurlijk ook bevorderd. Zonder het bankpapier had men de muntstukken minder gemakkelijk kunnen missen en had men die waarschijnlijk in mindere mate voor remisedoeleinden gebezigd.

Dit nadeel zou worden opgeheven, wanneer men de hulp van het bankpapier eens in een gansch andere richting aanwendde en juist biljetten in omloop bracht, die voor overmaking konden worden gebruikt Uit den aard der zaak zou dan bij voorkeur bankpapier worden verzonden en zou de overmaking van klinkende munt voor goed tot het verleden behooren. Daar de verzending van biljetten een weinig kostbaar middel van remise is, zouden daardoor ook de wisselkoersen dalen, hetgeen middellijk weder een gunstigen invloed op het ruilmiddel zou hebben. Had men bijvoorbeeld op Guragao bankpapier, dat ook in het moederland geldig was, dan zouden de wisselkoersen op Europa niet veel last meer veroorzaken. Als gevolg daarvan zouden ook die op andere landen verbeteren. De zorg voor de circulatie zou daardoor aanzienlijk zijn verlicht.

Vanzelf is aangewezen in welke richting men naar deze oplossing moet zoeken: de Nederlandsche bankbiljetten zouden ba de