is toegevoegd aan je favorieten.

Dageraad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het vensterglas, dat uit de spinten viel, En 'k heb m'n handen tastend stuk-gescheurd, Toen ik in angst de luiken sluiten wou.,.. Kijk me niet aan — je maakt er misbruik van,

(daalt de trap af) Dat ik de treden met mijn voeten zoek, En met mijn handèn hier den afstand meet! — Kijk me niet aan — 'k ben niet zoo machteloos — Ik hoor de klok, de klok, de klok, die in Mijn hersens dreunt en dreunend ommegaat — Ik ruik den wierook van het brandend hout, Waarop zijn lieve droom geofferd wordt....

(zij leunt snikkend tegen de trapleuning)

ADAM

Kom nou, m'n kind, 'k verzwijg het toch alleen, Om jou geen leed te doen. De dag zet in — Je hoort het — in verdoemenis en vloek Van menschen, die 't geboortefeest van Hem, Die ons verlossen kwam, vergeten zijn, En met geweld een eigen rechterstoel, Die hun niet past, dien Hij alleen zich bouwt, Ontwijden! Kind, ik ben je vijand niet, Als 'k meelij heb.... BLINDE MARJOLEIN

.... 'k Heb meelij lang genoeg Verdragen en geduld! Kromgebogen, Als een melaatsche met melaatsche ziel, Heb 'k als een horenslak in 't zwarte huis Bestaan, en vluchtte schichtig in de schulp, Bij ieder onheil, dat den grond bewoog.... Ik leefde mee van iets, dat afval was. Mijn zuster ging, toen 't kind gestorven was. Ik hoor haar voetstap nog. Heb 'k meegeteld? Men droeg het kinderlijkje uit de hut, En stapte mee achter de baar. Ik niet, Ik zat in eenzaamheid totdat het graf Was dicht gedekt, 'k Heb alles ondergaan, Je meelij en je troost, je goedigheid, Je vriendelijk gepraat, maar nou is 't uit! 'k Wil weten hoe 't met Lukas is.... Als ik