is toegevoegd aan je favorieten.

Een eeuw veeartsenijkundig onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII.

DE VEEARTSENIJKUNDIGE HOOGESCHOOL EN HARE VOORGESCHIEDENIS door B. SJOLLEMA.

Het is voorwaar geen wonder, dat de Vee» artsenijkundige Hoogeschool, als Minerva toen zij uit het hoofd van Jupiter geboren werd, volwassen — of misschien beter gezegd nage» noeg volwassen — voor het eerst het levens» licht aanschouwde. Hare embryonale ontwik» keling toch had buitengewoon lang geduurd. Hoezeer dat voor het ter wereld komen van hooger georganiseerde wezens gewenscht moge zijn, voor hen, die de behoefte aan hooger veterinair onderwijs voor ons land kenden, viel de tijd zeer lang.

Van die vóórgeschiedenis der veeartsenij» kundige hoogeschool moge in de eerste plaats hier een kort overzicht worden gegeven.

Het was in Januari 1899, dat de leeraren der Veeartsenijschool te zamen aan den Direc» teur»Generaal, Chef der Afdeeling Landbouw, eenige voorstellen aanboden, welke zouden kunnen strekken om de inrichting van het onderwijs aan 's Rijks»Veeartsenijschool te verbeteren.

Bijna 2 jaren later — op 5 November 1900 — deden dezelfde leeraren — het waren de heeren W. C. Schimmel, M. H. J. P. Thomassen, D. F. van Esveld, J. D. van der Plaats, H. J. Hamburger, M. G. de Bruin en P. M. J. M. E. Woltering — aan den bovengenoemden hoofdambtenaar plannen voor een reorganisatie op breeden grondslag toekomen.

Zij schreven:

„Bij schrijven van 30 Januari 1899 hadden de ondergeteekenden de eer UHoogedelgestrenge

eenige voorstellen aan te bieden, welke zouden kunnen strekken om de inrichting van het onderwijs aan 's Rijks'Veeartsenijschool te verbeteren.

Gelijk zij toen deden uitkomen, waren zy zich echter bewust, dat voor een duurzame verbetering hun voorstellen niet afdoende konden worden geacht."

„Men kan niet van de Regeering verlangen", zoo schreven de leeraren aan het einde hunner boven» bedoelde missive van 30 Januari 1899, „dat zij, ha een kort tijdsverloop zulk een onderwerp weder opnieuw ter hand zal nemen. Daarom zal het volgens de bescheiden meening der leeraren aan* beveling verdienen om in verband met de steeds klimmende eischen van wetenschap en praktijk de reorganisatie op breeden grondslag te doen plaats hebben",

„Voor zulk een reorganisatie hebben zij thans de eer U eenige plannen voor te dragen."

In de algemeene beschrijving zeggen de leeraren, dat de grondslag dier reorganisatie naar hun oordeel de volgende elementen moet bevatten:

„1°. Tot de studie der veeartsenijkunde hebben alleen

r toegang zij, die in het bezit zijn van een diploma van met goed gevolg afgelegd eindexamen der hoogere burgerscholen met 5-jarigen cursus of van een diploma van met goed gevolg afgelegd eind» examen gymnasium, of het daarmede gelijkgestelde Staatsexamen, Afdeeling B.

2°. Het aantal studiejaren worde gebracht van 4 op 5.

3°. Er hebbe een vermeerdering van leerkrachten en een dienovereenkomstige uitbreiding van locali» teiten en hulpmiddelen plaats.

4°. De veeartsenijschool worde een al of niet op zich zelf staande inrichting van hooger onderwijs en

i erlangt het jus promovendi".

I De leeraren achtten de verheffing van de I Rijks»Veeartsenijschool tot een inrichting van (/Hooger Onderwijs op vier wijzen mogelijk: