is toegevoegd aan je favorieten.

Den Haag in den patriottentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ber 1781 en 12 Juli 1782 werd aan de nabestaanden een bedrag van ƒ 10270 toegekend, waarvan de weduwe van den kapitein ƒ 1000 ontving en het overige aan de andere vrouwen, de 64 weezen. aan de verwanten van de 25 ongehuwde personen en de moeders der omgekomen jongens ten goede kwam. 9)

De gevolgen van deze en dergelijke ongelukken bleven niet uit. Mocht de teeke naar en graveur D. de Jong in 't gebeurde al aanleiding vinden het noodlottige feit in beeld te brengen en daardoor den moed der Hollanders verheerlijken 10), de kaapreederij, ze mocht dan vaderlandslievend heeten, bleek geenszins onverschillig voor 't financieel succes en de geestdrift daarvoor was dar. ook geducht bekoeld. Wel bleef men in Zeeland nog met de oude volharding en onverschrokkenheid het ge vaarlijk bedrijf voortzetten, maar nadat ook de Amsterdamsche kaapreederij ernstige verliezen had geleden, nam Holland daarin geen noemenswaard aandeel meer.

Doch ook Zeeland, dat zijn naam door de kapers Jean Caffin, Nicolas Jarry en Pierre le Turcq geducht had gemaakt u), had belangrijke schade opgeloopen. Van het eerste ongeval, dat le Turcq trof, kon den Haag getuige zijn.

Donderdag den 6e" Sept. had hij met een klein schip, ,,de Jager", vroeger bekend als de „Nooit Gedagt", met tien drie- en vierponders en vier draaibassen bewapend, de Vlissingsche haven verlaten, om zijn eerste kaapvaart — echter had hij reeds vroeger onder Paul Jones gediend — te beginnen. De tocht was in ztover niet on fortuinlijk, dat hij tot viermaal toe een „prijs" wist te bemachtigen, maar de vervolging door Engelsche oorlogsschepen was zóó hardnekkig, dat hij herhaaldelijk belangrijke schade opliep.

Zaterdag de 15' Dec. '81 zou voor zijn vaartuigje echter noodlottig zijn. Twee vijandelijke schepen maakten jacht op hem en onzen kaper bleef niets anders over, dan zijn schip te 's-Gravenzande op 't strand te zetten

Het was ongeveer drie uur in den namiddag, toen het schieten van de beide vijandelijke schepen overal in den omtrek kon worden gehooid. De stoutmoedigheid

9) We laten hier de rest van 'tlijstje volgen :

4 officiersweduwen elk ƒ 600. 9 onderofficiersweduwen eük ƒ 400.

5 weduwen van bootsgezellen elk ƒ 250. 11 officierskinderen elk ƒ 60. 29 onderofficierskinderen elk ƒ 30.

6 bootsgezellenkinderen elk / 26. 9 vader- en moederlooze weezen elk ƒ 50.

10) De plaat was opgedragen aan Mr. Jacques Bergeon en was verkrijgbaar in prijzen van 10 en 14 stuiver.

11) Eigenlijk waren alle drie van Fransche afkomst, maar in dien§t ran Zeouwache maat■chappüe.n

van de Engelschen ging zelfs zóó ver, dat ze twee gewapende sloepen uitzetten en naar wal roeiden, om daar de kapers te lijf te gaan De soldaten onder overste Daniëls evenwel, die inmiddels waren toegesneld, bereidden den naderenden booten een zóó geducht onthaal, dat ze terstond weder zee kozen en met het vaartuig, dat op eenigen afstand kruiste, noordwaarts aanhielden en spoedig uit het gezicht verdwenen.

De bemanning van ,,De Jager" had zich inmiddels aan land begeven en vertrok nog denzelfden avond naar den Haag, nadat men orde op de zaken had gesteld om nog te redden, wat te redden viel, al bleek dan ook het Echip zelf verloren. In bet Huis ten Bosch werden de schepelingen ondergebiacht en bleven daar den Zondag over, kregen er een flinke drinkpenning van den Prins en vertrokken reeds des Maandags weer naar Vlissingen, waar binnen niet te langen tijd een beter en sterker vaartuig voor hen gereed lag.

De weinige voortvarendheid bij het uitrusten van nieuwe oorlogsschepen, het niet in zee zenden van de vloot, die, hoewel nog niet sterk, toch voor uitzeilen gereed was en voldoende bij machte, althans de koopvaarders eenigermate te beschermen, de schade, aan handel en visscherij toegebracht en de overal heerschende werkeloosheid deden alom in den lande een gemor opgaan, zoodat de Her tog van Brunswijk weer ruimschoots zijn deel kreeg van de lang niet malsche verwenschingen. Den 21eB Juni '81 beklaagde hij zich dan ook bij Hcogmogenden over de „velerhande lasteringen en verregaande accusatiën tot deszelfs laste" en verzocht daaromtrent een onderzoek, waardoor de ongegrondheid der beschuldigingen zou kunnen blijken. Doch de StatenGeneraal vatten de zaak nogal kalm op, deden niets en gaven den adressant den 2en Juli goedmoedig te kennen, dat zij hem „vrij kenren en zuiver houden", tot groot misnoegen van den onbevredigden delinquent, die reeds twee dagen daarna nogmaals op een onderzoek aandrong. Weldra waren de omstandigheden voor hem iets gunstiger: de flinke houding, die de Nederlandsche vloot had aangenomen tegen de aanvallen der vijandelijke macht en waardoor een gejubel door het land opging, legde voorloopig aan alle ontevredenheid het zwijgen op.

Op Zondag den 5"" Aug 1781 was de Schout bij-Nacht Zoutman, die den 20*" Juli was uitgevaren, om een konvooi koopvaarders naar de Oostzee te geleiden, met de Engelschen onder Parker bij Doggersbank slaags geraakt. Een dergelijke ontmoeting was te voorzien, want de vijand kruiste sinds eenigen tijd voortdurend op