is toegevoegd aan je favorieten.

Den Haag in den patriottentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kust en in den nacht van den 24M op I den 25e° had men te Beverwijk zelfs een hevig schieten gehoord, dat een treffen ter zee deedi vermoeden en waardoor zich reeds in den morgen te Amsterdam het bericht verspreidde, dat Zoutman met de Engelschen in een gevecht was gewikkeld geweest. En in den Haag, waar men 1 eikhalzend naar tijding uitzag, deed dien dag hetzelfde bericht de ronde, waarschijnlijk, zoo meende men, door Scheveningers daar verspreid. Weldra echter bleek, dat deze geruchten zeer overdreven waren en met de tegenwoordigheid van Zoutmans vloot in niet het geringste verband stonden.

Maar buitengewoon was de geestdrift, toen den 10>a Aug. een extra-nummer van de 's-Gravenhaagsche Courant — eën „Vrijdagse Na-Courant" — het heugelijk nieuws van een overwinning 12) op de Engelsche vloot vermeldde, een bericht, dat zooeven door den Kapitein-ter Zee van Welde ren op last van Zoutman naar den Haag was overgebracht. En de Prins was dermate met de tijding ingenomen, dat hij een kostbaren ring met grooten diamant van den vinger trok en dien den boodschapper vereerde.

Vrijdag den 17™ Augustus werden Zoutman, Dedel en Van Braam bij den Prins op het Stadhouderlijk kwartier ontvangen. Reeds des voormiddags hadden beide eerstgenoemden zich op het Plein vertoond, om er de parade bij te wenen De luidruchtig-prinsgezinde courantier Gosse vertelde, dat de belangstelling buitengewoon was en we willen hem in dezen gaarne gelooven. Het volk was er zelfs getuige van een roerend-innige ontmoeting, zooals de lawaaierige pruikentijd die schenken kon. Want „zoodra kreeg Zijn Doorluchtige Hoogheid, de Heer Veldmaarschalk „Hertog van Brunswijk en Lunenburg, „den Heer Scheut bij-Nacht Zoutman niet ,.in het gezigt, of hij ging bem te gemoet „en omhelsde dezelve zeer teeder, tot wel„lekomst en om dien dapperen Held te „feliciteeren."

Daartoe bestond dan ook wel eenige aanleiding: Zoutman werd den IS"" n.1. bevorderd tot Vice-Admiraal extra-ordinair van Holland en West-Friesland, terwijl Dedel, van Braam, Kinsbergen en Bentinck tot buitengewoon Schout-bij Nacht werden benoemd. De beide laatsten waren evenwel bij deze plechtigheid niet aanwezig: Bentinck, zwaar gewond, zou weldra te Amsterdam den doodssnik geven. Kinsbergen kwam eerst drie dagen na de benoeming (den 21™) in den Haag aan.

12) Zoo werd het aanvankelijk voorgesteld en werkelijk had men daartoe eenig recht. Belangstellenden zien over deze questie: De Jonge, Gesch. v. h. Ned'. Zeewezen V, bl. 642.

Dien dag (den 21» Aug.) besloten de Staten-Generaal op voorstel van den Stadhouder den helden een haaien gouden gedenkpenning (men zie hiervoor de belangrijke Zoutman-collectie op het Gem. Mu seum) te vereeren; voor Zoutman aan een zware gouden keten, voor de zes kapiteins, die zich het meest hadden onderscheiden, aan een oranje-zijden lint bevestigd. En zelf gaf de Prins den dapperen een bewijs van zijne hooge tevredenheid, door uit eigen middelen aan Zoutman den gouden eeredegen (die met den penning op het G. M. berust), aan ieder der kapiteins Dedel, Van Braam en KiDsbergen (Bentinck was inmiddels reeds overleden) „een gedistingueerden Sabel met deszelfs ceinturon" en aan Braak, de beide Starings, Mulder, Dekker, Van Weldeien, AberBon, Bosch en Smaasen „een sabel met deszelfs ceinturon" aan te bieden. Dedel kon bij deze feestelijkheid evenwel niet tegenwocdig zijn, evenals Braak en Staring, welke laatsten wegens bijzondere verdiensten nog de onderscheiding ver wierven, „een Witten Pluym op hun Monteeringshoeden" te mogen dragen.

Eerst den 30™ November, toen de eereblijken waren gereed gekomen, deelde de Prins eigenhandig de toegedachte beloo ningen in tegenwoordigheid van Hare Koninklijke Hoogheid, van zijne kinderen, de leden van de Staten-Generaal en van de Admiraliteitscolleges op t Stadhouderlijk kwartier aan de belanghebbenden uit.

Men kan zich moeilijk voorstellen, hoe Zoutman's wapenfeit indruk had gemaakt op de menigte. Den Haag was in feestdos, bet volk tot geestdrift opgeveerd. Dragers van den gedenkpenning — behalve de genoemde groote penningen werden aan alle officieren, onderofficieren en — zeer eigenaardig — aan de gewonde matrozen en soldaten kleinere draagpenningen uitgereikt — werden met de meeste onderscheiding behandeld en met gejubel begroet. Voor het huis op de Prinsegracht13) — thans no. 75 — zag de schare bewonderend op tot den man, die de herinnering aan de dagen van Tromp en De Ruyter verlevendigd had. En — do tijden zijn in dat opzicht al zeer weinig veranderd — handige speculanten wisten met het enthousiasme der menigte hun voordeel te doen. „Madame Lavergne, Marchande de Mode op het Voorspui in 's Hage" had al spoedig „een zeker Lindt, gebruikt kun„nende worden voor Noeux de Manche, „Noeux de Busquetier, Noeux d'Epé, als-

13) Een gevelsteen draagt het volgende opschrift: „Hier heeft gewoond en is overleden ,,de Luitenant-Admiraal Johannes Arnold „Zoutman, 1724—1793." Onze zeeheld stierf daar den 7™ Mei '93 op bijna 68-jarigen leeftijd.