is toegevoegd aan je favorieten.

Den Haag in den patriottentijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dientiezaal. Er was intusschen nog heel wat gewichtigers te doen, dan het ontvangen van al deze witgebefte en gepruikte heeren. De rust in den Haag was nog steeds niet teruggekeerd, ondanks de missive van den Prins van den 20"1 Sept., waarbij verzocht werd, alle ongeregeldhe den te vermijden.

Den 2en Oct. zelfs bleek het noodig, een publicatie uit te vaardigen, waarbij het bedrijven van [Wanordelijkheden „anderen „ten exempel, op het allerrigouireuste aan „den Lijve, zelfs na exigentie van zaken, „met den dood zullen worden gestraft.'.'. Het was den Prins n.1. gebleken, dat „eenige onrustige en losbandige Personen, „zoo van de kleine Gemeente als Militairen, zich niet ontzien, zoo binnen den „Hage als in den omtrek van dien ten „platten Lande de verregaandste geweldenarijen, zoo met plunderen van Hui,,zen, inslaan van Glazen als anderzins „te plegen".

Een soortgelijke waarschuwing van den 15en Oct. bleek weldra noodig, omdat nog steeds de rust werd verstoord „zoo door „het toevoegen en naroepen van Scheld„naamen en bedreigingen, en het stooten, „slaan en mishandelen van verscheide „Persoonen, als door het Plunderen of in„ slaan der Glaazen van menigvuldige „Huizen, en zulks meestal onder voor„wendzel, dat deze Persoonen of de Be„woonders van die Huizen, bevoorens On„ze herstelling in de Exercitie Onzer Erf,.folijke Waardigheeden tegen Ons zoude „hebben geyvert, ofte hunne ongeneegen..heid jegens Ons zouden hebben aan den ..dag gelegt; al 't welk met zoo veel drift ..en onverzettelykheid door geheele Troup,,pen Volk en op verscheide Plaatzen te ,,gelijk, vooral bij avond of des nagts word „gepleegt, dat de onvermoeide pogingen „der Justitie, ondersteund door de Schut„terye en Militie, tot stuiting deezer ex,,cessen aangewend, dezelve tot hier toe „niet hebben kunnen beletten".

Dat daaraan ook militairen debet waren, is misschien in de hand gewerkt door de komst van het bataillon Zwitsersche Oardes en de Gardedragonders, die op Zondag den 23en Sept. weer hun oude garnizoensplaats binnentrokken. De Prins bevond zich toen juist in de Groote Kerk onder het gehoor van Ds. Reguleth.

Nauwelijks was de Prins dien morgen het kerkgebouw binnengetreden, of een kort voorspel met trompetten en pauken kondigde de aanwezigheid van. den hoosren magistraat na zoo lange scheiding aan, waarop terstond een „Wilhelmus van Nassouwen" met orgel en vol orkest, bestaande uit 37 personen, onder leiding van den organist Klein en J. Pantekoek, werd ingezet, gelijk daarna onder en na

de predikatie nog driemaal geschiedde.

Den 24el1 Sept. was het oogenblik aange broken, dat de Prinses binnen de Residentie zou terugkeeren. Reeds des morgens had men bericht ontvangen, dat het vorstelijk gezelschap — ook de kinderen vergezelden haar — tegen den middag zou aankomen. De Prins was zijn gemalin over Voorburg tegemoet gereisd en reeds toen stond daar de Schutterij in rijen opgesteld, presenteerde het vaandel, terwijl de muziek speelde en eenige meisjes bloemen strooiden voor den hoogen bezoeker. Kort daarop verscheen de Prinses in het dorp. De schutters hadden zich aan de Oostzijde van de kom van het dorp opgesteld, begeleidden daarna de vorstelijke koets tot de Sociëteit, stelden zich daar op in dubbele rijen en verschaften zoo, onder het presenteeren van 't vaandel en 't spelen van de muziek, een doortocht aan den stoet, die bij de Laan van Nieuw Oost-Indië rechts zich wendde en den weg naar den Haag insloeg.

De vreugde in het dorp was groot ge weest, beweert onze berichtgever, dien we zelf aan 't woord zullen laten. „Zoo ras „was de stoet niet gepasseerd, of de Ge „weeren werden gelost en zoo ras moge „lijk geladen, waarop zy telkens weder „losbarstten, terwijl de veroverde Stuk „jes onder een lieffelyk gebulder niet dan „vuur en vlam uitbraakten. De stokoude „Grysaard paarde zyne vreugd met de „huppelende jonkheid, de Hoezees deden „de Lugt en de Aarde daveren". Het is duidelijk, dat de Voorburgers van dit toppunt hunner uitgelatenheid eenigen tijd noodig hadden, om tot de aarde terug te keeren, zoodat dan ook verder „de dag „en de volgende nagt met alle welvoege„lyke vreugde werd doorgebragt".

Inmiddels was de stoet den Haag genaderd. De Schutterij stond van de Bosch brug af langs den weg in 't Bosch geschaard, terwijl bet geheele garnizoen onder de wapens was gekomen. Op een kwartier afstands buiten de stad werden, evenals dat bij de komst van Z. H. geschiedde, de paarden van het rijtuig der Prinses afgespannen en aan de met oranjelint omwoelde en met driekleurige strikken versierde koorden, die daartoe ex presselijk waren vervaardigd, werd het rijtuig door een gansche schaar van mannen en vrouwen de stad binnengetrokken. Deze stoet werd voorafgegaan door een detachement cavalerie, tal van leden van de „Opregte Vaderlandsche Sociëteit" en gesloten door de Gardes du Corps. En evenals dit bij 's Prinsen intocht was geschied, maakte men ook nu weder den traditioneelen omweg door 't Voorhout.

Ook thans kwamen tal van personen en deputaties de Prinses complimenteeren.