Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu, aan wien?" „Aan m'n verloofde." Anna keek hem met verstomming aan. Bedoelde hij werkelijk...? Ze proestte het uit. „Gekke jongen, zijn dat nou praatjes ? Laat ik je een glas port inschenken; dan kom je op verstandiger gedachten."

De gedachten, die de port bij Frits moest opwekken, konden licht verstandiger zijn dan die, welke opstegen in Anna's hoof d.Zij wilde toch zeker weten wat hij eigenlijk in zijn schild voerde en hield het voor een onschuldige aardigheid, hem in den waan te brengen, dat ze niet zoo heel onverschillig voor hem was. Daarom zou ze eens erg aardig tegen hem zijn.

En ze was aardig den heelen dag. Ze was meesterlijk in haar spel, maar het was een spel van vreeselijken ernst Ze speelde met een men202

Sluiten