Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit den anderen hoek. „Ik gun 'm z'n faillissement van harte. Als die Bevertien me maar niet belogen heeft."

„Ha, ha," lachte Dietsman, die al z'n zelfvertrouwen weer voelde herleven: „Ik kan me haast vroolijk maken om dien blunder van Labora."

Zoo kwam het, dat de broeder twee tamelijk opgewonden menschen bij pater Labora had aan te dienen; één, die kwam, om zich meer zekerheid te verschaffen en dat was Zechhorst*. en één, die kwam met het triomfantelijk gevoel, dat hij den knappen pater eens kon zeggen: „nu heb je 't mis gehad," — en dat was Dietsman.

De pater trad de spreekkamer binnen, een nieuwsblad in de hand.

„Goeden avond, goeden avond 1 — M'nheer Dietsman, ja, wij zijn bekenden; maar m'nheer Zechhorst...?"

„Ik ben de schoonvader van Ter232

Sluiten