Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„M'n vrouw weet nog van niets en ik voor mij mag lijden, dat die twee gelukkig worden. En moeder? 'k Zou niet weten, wat ze er tegen kan hebben."

„Dan weet ik genoeg" eindigde pater Labora 't gesprek. „Nu wil ik u beiden iets zeggen; u laat alles aan mij over. Waar kan ik m'nheer Van Tijn 't best vinden?"

„Op z'n kantoor," zei Dietsman. „Maar als ik u mag opmerken,... die zaak tusschen Van Tijn en mevrouw Terwallen hoort eigenlijk op mijn terrein."

„Zeker 1 En op dat terrein blijft u heer en meester. Ik heb met dien heer andere zaken. Maar, m'nheer Zechhorst zoudt u me een genoegen willen doen? Och, vraag dan üw dochter, het beeldje dezen avond nog aan mij in bewaring te willen 242

Sluiten