Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoorde weer de dubbelzinnige liederen en hij zag weer de oneerbare kleeding, waarmede zevenden-rangs artisten die holen aantrekkelijk maken..» Toen waren ze geweest in een kroeg met een grammophoon. Lollige deunen had 't ding uitgeschetterd. De kroegbaas was in z'n hemdsmouwen bij 't gezelschap komen staan: .Nou motten de heeren even attentie verleenen; nou komt er zoo'n allemachtig fijn stukkie zang!" — en uit den hoorn had geklonken de Clercq's wonderlied op Hullebroeck's wonderwijze:

„Wie zal er ons kindeke douwen En doet 't zijn moed er ke niet?"—

Hij hoorde weer 't refrein

„Kleene, kleene,

Moederke alleen Kan van uw wiegske niet schéén."

Ha, daar was weer z'n moeder en 246

Sluiten