Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Nu wij in het voorgaande hoofdstuk in groote trekken het huishouden eener Delische tabaksplantage hebben beschreven, zal het den lezer duidelijk zijn, van welk een groote beteekenis het zedelijk overwicht van den Europeaan op de onder hem werkende tandils en koelies is.

Theoretisch kan iemand de beste planter van de wereld zijn, of voor* zich zelf nog zoo goed weten hoe de tabak verzorgd en behandeld moet worden, hij is voor Deli onbruikbaar, als hij zich niet weet te doen gehoorzamen.

Het prestige van den assistent of van den planter in het algemeen is de zaak waar het om gaat.

Is dit ondermijnd of niet voldoende aanwezig, dan is het met de rust en orde in een afdeeling of op een onderneming spoedig gedaan. Personen noch goederen zijn dan meer veilig.

Bij de handhaving der zoo noodige tucht onder het werkvolk staan den planter slechts weinig andere middelen ten dienste, dan zijn eigen persoonlijkheid en de wijze waarop hij tegen de koelies optreedt.

Heeft, om een voorbeeld te noemen, in het leger een officier de bevoegdheid om een luie of onwillige ondergeschikte „op staanden voet" te straffen, kan in Europa een werkgever naar de politie loopen om met haar hulp een lastig, brutaal werkman spoedig te doen verwijderen, een planter op een onderneming staat er geheel anders voor. Hij toch mag in geen geval zijn eigen rechter zijn, noch is politie in de meeste gevallen zoo dicht in de nabijheid, dat deze spoedig genoeg ter plaatse kan zijn om een onwilligen koelie of ruziemaker op te pakken.

Sluiten