Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den volgenden morgen bij zijn rondgang door de afdeeling, waarbij zooals gewoonlijk ook de tandil tegenwoordig was, Week alles behoorlijk in orde op twee bedden van een koelie na, die er nog even slordig als den vorigen avond uitzagen. Op zijn vraag aan den tandil, waarom deze koelie het bevel niet opgevolgd had, gaf de tandil het stereotype antwoord, dat hij het den man al eenige malen gezegd had, maar dat deze het niet wilde verbeteren.

„Zeg het hem dan nu nog eens", zei de assistent.

De tandil brengt de order in het Chineesch over, maar de koelie doet alsof hij niets hoort en gaat door met geheel ander werk.

De assistent, die dit gaat vervelen, roept het nu zelf den koelie toe.

Deze kijkt eens op, neemt zijn bijl, die naast hem ligt, en zegt in gebroken Maleisch: „Kaloe mau potton, porton la sendiri!" (als het stuk moet gesneden worden, snij het dan maar zelf stuk).

Verder schijnt hij zich van het geval niets aan te trekken.

De toestand wordt nu kritiek.

De koelies, die in de nabijheid werken, kijken steelsgewijze, maar niettemin met groote aandacht toe, en bespieden onderwijl den toean, hoe hij zich uit deze netelige kwestie zal redden.

De tandil kakelt ondertusschen in het Chineesch tegen den brutalen rakker, die af en toe een onbeschoft antwoord geeft. Veel tijd om zich te bedenken heeft de assistent niet. Hij voelt dat er wat gebeuren moet.

Zijn prestige tegenover den tandil en koelies staat op het spel.

Sluiten