Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoeken en er zich in de allereerste plaats van te overtuigen, in hoeverre deze klachten al dan niet gegrond zijn.

Voor hen is dus een grondige kennis van de taal en het karakter der koelies niet alleen hoog noodig, maar onmisbaar.

Wij hebben in de voorgaande bladzijden de opmerking gemaakt, dat het voor een Deliplanter niet doenlijk en ook niet noodig is, alle talen, die ter Oostkust van Sumatra gesproken worden, te kennen; een inspecteur van den arbeid mag men wel degelijk andere eischen stellen. Hij moet toch O. i. wel die taalkennis bezitten, waardoor het hem mogelijk wordt bij het bezoeken der ondernemingen de koelies per* soonlijk in hun eigen taal te ondervragen.

In den beginne is bij de benoeming der inspecteurs met deze noodzakelijkheid niet voldoende rekening gehouden. Het zou echter onbillijk zijn, daarvan de Regeering een verwijt te maken. De geschikte personen toch voor deze moeilijke betrekking waren niet voor het grijpen. Niet dadelijk vond men diegenen die, al misten ze voldoende kennis van het Javaansch en Chineesch, voldoende tact bezaten om dit gemis te vergoeden, waardoor zij bij conflicten tusschen koelies en planters toch de juiste oplossing wisten te vinden.

Om nu echter met de arbeidsinspectie het beoogde doel te bereiken, werden den inspecteurs Chineesche en Javaansche tolken — inlanders dus — toegevoegd. Deze tolken, die dus niet anders moeten zijn dan zuivere vertalers der verschillende klachten van de zijde van het werkvolk, hebben tot taak de Chineesche en Javaansche koelies in tegenwoordigheid van den inspecteur te ondervragen. Maar hierin schuilt, naar onze meening, juist het groote gevaar.

De inspecteur ondervraagt niet zelf, maar wel de tolk

Sluiten