Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

takken van 's lands dienst omvangrijker en intensiever, en neemt dientengevolge de behoefte aan werkkrachten toe.

Indië zelf kan, voorloopig, nog niet in de behoefte voorzien, en zeker niet waar het personeel betreft, dat zich voor zijn taak aan een universiteit of speciale hoogeschool bekwamen moet (Bestuursambtenaren, rechterlijke ambtenaren, ingenieurs, artsen, veeartsen, land-, tuin- en boschbouwkundigen, enz.).

Daarom is het noodzakelijk deze werkkrachten vooralsnog uit Nederland te betrekken, waar zij zonder eenigen twijfel in voldoend aantal aanwezig zijn, — ook na aftrek van die, welke in het vaderland blijven, om in de behoeften van eigen land te voorzien.

Een deel daarvan trekt dan ook naar Indië, waar het een eervollen, behoorlijk bezoldigden en den mensen bevredigenden werkkring vinden kan. Doch dit aantal staat niet in verhouding tot hetgeen er ter voorziening in de behoefte noodig is.

Het aantal onzer studeerende jongelieden, dat er toe besluit een Indischen werkkring te kiezen, is nog betrekkelijk klein.

Waarom toch?

In de meeste gevallen luidt het antwoord: „Wij weten zoo weinig van het land af, hoe kunnen wij dan onze keuze op Indië vestigen?"

Inderdaad, het is het „onbekend maakt onbemind", dat in deze veelal een hoofdrol speelt.

De kennis van en de belangstelling in Indië zijn in vele kringen der maatschappij in Nederland nog zeer onvoldoende. Hier te lande beseft de groote massa te weinig de beteekenis van Nederland en Indië voor elkaar; bij haar is nog verre van gemeengoed de overtuiging, dat Nederland met Indië bij elkaar behooren en dat alleen door samenwerking van beide een krachtig geheel verkregen kan worden ten bate van beide. Men is er zich maar al te weinig van bewust dat ons, Nederlanders, door den gang van de geschiedenis der laatste drie

Sluiten