Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hei passief kiesrecht te kunnen toekennen aan vrouwen,-een nieuwigheid die — zooals later blijken zal — zijh ontwerp in doodsgevaar bracht.

Van opneming van president en leden van den Raad van Indië in den Kolonialen Raad moest hij niets hebben. De Voorzitter van den K. R. zou niet zijn de Vice-president van den Raad v. Indië. Hij zou wèl door den Koning worden benoemd, en zijn betrekking zou zijn een eerebetrekking, zonder bezoldiging.

Wat zijn werkkring betreft, Min. Pleijte wilde den K.R ook slechts adviseerendc bevoegdheid geven en geen wetgevenden arbeid. Daarvoor bleef de Raad van Indië het aangewezen lichaam. De raadpleging van den K.R. over teveel onderwérpen zou niet gaan met het oog op het verspreid wonen der leden, die niet zooveel tijd aan hun lidmaatschap kunnen geven. De raadpleging zou facultatief zijn, behalve t.a.v. eenige onderwerpen, waarvan zij verplichtend zou worden voorgeschreven ó. a. t. a. v. de begrootingen, de rekening, batige en nadeelige sloten en geldleeningen.

' Tenslotte week Min. Pleijte ook- hierin van zijn voorganger af, dat hij den K.R. toekende het 'petitierecht om over alle ^mogelijke onderwerpen zijne meening en zijne verlangens kenbaar te maken aan Opperbestuur, Staten-Generaal en Landsregeering.

Het voorloopig verslag gaf een staalkaart van elkaar weersprekende meeningen en verlangens (')■

7. Over het algemeen werd erkend de noodzakelijkheid van de instelling van een college met eenigszins representatief karakter, o.m. als een krachtig middel om den band tusschen Indië en Nederland te versterken; als een opvoedingsmiddel tot politieke mondigheid, mede door aankweeking van verantwoordelijkheidsbesef; het was de eerste ,stap tot het zelfbestuur van Indië en als zoodanig met instemming begroet; doch bezwaren werden geuit o. m. t. a. v. de volgende punten:

(1) Ik geef hier slechts een algemeen overzicht van voorloopig verslag en memorie van antwoord; de mondelinge besprekingen-die uiteraard veel interessanter zijn-woiden bij de artikelen verwerkt. Vo<t zooveel noodig zullen daar in noten een en ander uit de stukken worden aangeteekend. Wil men de stukken zelf raadplegen, dan zij hiervoor verwezen naar: .Ie Bijlagen Handelingen der Tweede Kamer: 1914-1915 No. 365; idem No 61 Nos. 54 en 45. Voor een uitvoeriger overzicht der scli iltelijke behandeling zie men in de Koloniale. Studiën van October 1916 No. 1 2 het artikel: „De instelling van e> n vertegenwoordigend l.chaa.. voor Nederlandsch-Indië', van Mr. A. B. COHEN STUART.

Sluiten