Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bereiding van tai van maatregelen en daarom moeten wij hem niet in het college brengen, dat critiek zal hebben uit te oefenen op het beleid van de Regeering."

Doch hij meende dat niet reeds bij de vaststelling van deze wet een v beslissing behoefde te worden genomen, maar dit punt nader kon worden onder de oogen gezien, zoodra er gelden voor den Volks-Raad zouden worden aangevraagd.

De heer Fock kon zich daarmede echter niet tevreden stellen en stelde daarom een amentement vöor, waarbij de bezoldiging in de wet werd op genomen. De Minister nam bij de behandeling der amendementen onmiddellijk het amendement — Fock over.

In de Ie Kamer *) merkte de heer v. Kol- op, dat de Voorzitter „een baanbreker kan worden op dit nog onontgonnen terrein, hij moet prestige veroveren en pal durven staan tegenover de aanmatiging der oude en taaie Indische bureaucratie. Dan kan de Volksraad het hart worden, waarin het staatkundig leven van Indië klopt. Doch vooral moet hij ervoor waken, dat in den Volksraad de inlandsche leden tot hun recht komen. De Europeesche leden kunnen hun belangen blijkbaar evengoed behartigen zonder Volksraad als met een Volksraad. Als zij in het openbaar hun belangen moeten bespreken, zal het hun vaak moeilijker vallen, hun soms overdreven eischen door te voeren, dan nu zij wat zij wenschen, maar al te vaak weten te verwerven door onderling gesprek.

De heer v. d. Berg, erkende dat veel af zal hangen van de leiding van den Voorzitter, maar stelde nog een voorwaarde, dat de leden zijn leiding willen volgen, anders kan hij weinig anders doen dan de orde handhaven. ..Vooral bij de behandeling van de begrootiug zal de Voorzitter onmachtig zijn om te beletten, dat de V. R. een grieven-college wordt en dat aldaar, in stede van een opbouwende critiek, allerlei bezwaren worden voorgebracht tegen plaatselijke ambtenaren, die in Indië zoowel als hier te lande wel eens genoodzaakt zijn aan een of meer hunner geadministreerden, hetgeen deze wenschen, te weigeren".

Zoo wordt dan de V. R. werkelijk een rem.

(3) Van de overige leden wordt ten hoogste de helft benoemd door den Gouverneur-Generaal, na raadpleging van den Raad van Nederlandsch-lndië, die aanbevelingen doet van ten minste twee personen voor elke te vervullen plaats.

*) In het voorloopig verslag der Ie Kamer werd opgemerkt, „wilde men een hoogstaand koloniaal staatsman uit Europa voor dit ambt aanwijzen, dan zou dezen, naar men meende, allicht een salaris moeten worden toe gelegd, evenredig aan zijne hpqge pogUie., maar alsdan buiten verhouding tot den omvang zijner werkzaamheden, hooger dan dat van den vicepresident van ~N. I.; mén hoopte dan ook, dat de Minister in die richting niet zou zoeken, maar veeleer zou rondzien naar iemand in Indie woonachtig en die daar zijn werkkring heeft, in welk geval men niet alleen met een bescheidener bezoldiging zou kunnen volstaan, maar ook het karakter van het ambt zuiverder zou bewaren."

Sluiten