Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In ieder geval wilde hij in het R. R. de mogelijkheid openlaten, dat op den duur de V. R. zal kunen worden samengesteld door rechlstreeksche verkiezingen, en zou hij daarom de redactie gaarne aldus zien: „de andere leden worden gekozen, hetzij door de leden van.den raad, krachtens het 2de lid van art. 686, hetzij door kiezers door algemeene verordening aangewezen.

De hr.: Bogaardt echter achtte met den Minister in afzienbaren tijd de rechtstreeksche verkiezing niet mogelijk, v- n. wijl de Inlanders nog geen burgerlijken stand bezitten en aan de instelling daarvan zijn schier onoverkomelijke moeilijkheden verbonden, moeilijkheden verbondenv aan een maatschappij waar de polygamie heerscht. Overigens vreesde hij niet zooals sommigen meenden, dat door de getrapte verkiezingen de Europeanenen in het gedrang zouden komen. Hij meende dat juist in de keuze door de gewestelijke en locale jaden een waarborg is gelegen, dat ook alleen de beste elementen uit de inlandsche maatschappij zullen worden gekozen.

De groote grief van Mr. Mendels tegen dit ontwerp was ook, dat de inland8Cjie_j)evolking zelf tot de samenstelling van dit college niet geroepen wordt. Hij begreep zeer wel, dat er ontzaglijke moeilijkheden waren, en dat het niet gemakkelijk is om onmiddellijk den juisten maatstaf te vinden, waarnaar men de hervormingen, die men wenscht aan te brengen, wil afmeten; maar hij meende, dat dit ontwerp al te zeer ten achter is gebleven, bij wat nu reeds in Indië aan ontwikkeling van de inlandsche bevolking kan worden gezien, en wat meer zegt, kan worden verwacht.*

Hij had gaarne statische gegevens gehad omtrent den stand van de intellectueele ontwikkeling van de inlanders en de verschillende schakeeringen van economischen welstand. Eerst dan ware te beoordeelen hoever men had kunnen gaan, dan had men met een dragelijk kiesrecht voor de inlanders kunnen komen, dragelijker dan nu; temeer waar "reeds de Minister bezig is met het ontwerpen van een regeling, die den inlanders rechtstreeks het kiesrecht geeft voor de locale, raden; dan moeten er al zeer zwaarwichtige redenen zijn, waarom datzelfde kiezerscorps niet ook de leden van den V.R. zouden kunnen kiezen — het bezwaar van het gemis van eenen burgerlijkere stand—door den hr. Bogaardt opgeworpen—scheen voor deze plaatselijke verkiezingen dus niet te bestaan.

Min. PLEIJTE weer er op, hoe in de Buitenbezittingen en het grootste gedeelte van de bevolking zelfs voor het bepalen voor zijn koers nog niet rijp is. De vraag is alleen: hoe de inteflectueelen,"die zeggenschap moeten uitoefenen, aan te trekken tot de staatstaak.

„In de eerste plaats kan dat door de indeeling van het grondgebied in zoodanige deelen, dat de personen die er in voorkomen, ongeveer gelijke belangen hebben. Want de staat moet, wat spontaan in de maatschappij gebeurt, degenen, die in het dagelijksch leven met elkander leven en vergaderen, opwekken om hun gezainelijke belangen te zamen te behartigen en aan die gebiedsdeelen, die op die wijze gevormd zijn autonomie geven. Een tweede stap is dan, dat men de menschen, die gewoon zijn voor eigen kring te zorgen, die eenige bestuurservaring bezitten en eenig

Sluiten