Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Indische regeering te moeten onderwerpen. De Raad van Indië sprak van een gelukkige oplossing van een niet eenvoudig vraagstuk, de GouverneurGeneraal Idenburg schreef, dat hem geen beter stelsel bekend was. Nu herhaal ik: het goede in dat stelsel is, dat iedere kleine groep, mits behoorlijk georganiseerd, en die haar namen geregeld op de biljetten geplaatst \heeft, groote kans heeft, het aantal vertegenwoordigers gekozen te krijgen, dat haar toekomt."

Wat de rechtstreeksche verkiezingen betreft, hij merkte op, dat die heeren, die niet in Indië geweest zijn, zich van de ontzettende afstanden eigenlijk geen flauw begrip kunnen maken. „De afstand van Sangi- en Talaut-eilanden tot Batavia is als die van IJsland tot Amsterdam en die tusschen Batavia en Merauke is dubbel zoo groot. Nu wil ik aannemen, dat er op de Sangi- en Talaut-eilanden zijn zendelingen, medici, civiele gezaghebbers, mandoers bij deB.O. W., die den maatschappelijken welstand en de geschiktheid hebben, voor het kiesrecht vereischt. Hoe krijgt men die personen op behoorlijke wijze vertegenwoordigd? Hoe kunnen zij rechtstreeks stemmen? Dit is de groote vraag en de groote moeilijkheid".—

Het amendement-marchant werd daarop verworpen.

Voor de besprekingen in de le kamer zie blz- 18.

Mr. Mendels had als laatste lid van art. 131 voorgesteld:

/ „De leden-Europeanen en de leden-niet-Europeanen van den Volksraad, vormen elk een sectie van dien Raad. De bevoegdheid en de werkkring der secties worden nader geregeld, bij algemeene verordering, den Volksraad gehoord"

Hij motiveerde de indiening van dit amendement aldus: De vrees was z. i. „niet ongerechtvaardigd, dat waar vaststaat de intellectueele superioriteit, de gemakkelijkheid van de Europeanen om zich in die onderwerpen in te werken en er over te spreken, een superioriteit, die, al erkent men haar, allerminst eenigep minderen dunk behoeft te doen onderstellen omtrent het intellectueel vermogen in het algemeen van den inlander maar een superioriteit veroorzaakt door de opvoeding en door /het milieu waarin de Europeanen verkeeren, dat die inlanders in dat. college naasten met de i Europeanen zittende, zich teveel gedrukt zullen gevoelen, in den eersten tijd althans, om vrijelijk tegen de autoriteit van de Europeanen in hun meening te zeggen"

Hij achtte hel een te rauwe proef om plotseling in een dergelijk instituut de inlandsche leden met de Europeanen direct te zamen te zetten aan onderlinge beraadslaging. Hij wilde een soort afdeelingsonderzoek waarin den Inlandschen leden althans de mogelijkheid geopend werd om met elkaar gemakkelijker, vlotter in hun eigen taal, hun gedachten uit te wisselen, zich met elkaar te beraden, en de Europeanen eveneens., zooais in Tunis het geval is.

Spreker wilde dit „idee véntileeren" — zooals mr. Marchant het niet onaardig uitdrukte—om van de beraadslagingen te laten afhangen, of hij het amendement zon handhaven of niet.

. Laatst genoemde verzette zich krachtig tegen dat idee. Daardoor worden eigenlijk twee Volksraden in het leven geroepen.

Sluiten