Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. geene gevangenisstraf of een zwaardere straf, dan wel dwangarbeid hebben ondergaan, met uitzondering van vrijheidsstraf ter vervanging van geldboete of wegens overtreding van politie;

d. niet bij rechterlijke uitspraak de beschikking of het beheer over hunne goederen hebben verloren of van de verkiesbaarheid zijn ontzet.

e. niet op niet-eervolle wijze uit 's Lands dienst zijn ontslagen.

Had oorspronkelijk de Minister dit ook voorgesteld, in zijn nota van wijzigingen liet hij dit vereischte vallen, opmerkende, dat het gewenscht is, dat ontneming van staatkundige rechten niet geschiedt door de administratie maar door de rechterlijke macht. Terecht merkte Dr. Beumer reeds dadelijk op, dat dit niet zuiver , was gesteld, want, dat niet de administratie, maar de wet staatkundige rechten ontneemt.

De Minister wees er echter op, dat de opneming van deze bepaling onbillijkheden zou scheppen tusschen ambtenaren en particulieren, die precies hetzelfde gedaan hebben als den oneervol uit den dienst ontslagen ambtenaar en wèl zitting kunnen hebben. Maar bovendien achtte hij.een ernstig bezwaar hierin gelegen, dat, waar aan den G. G. de macht van delegatie aan lagere ambtenaren tot verleening van ontslag was verleend, het gebeuren kan, dat er onrechtvaardig wordt onslagen, zonder dat de G. G. daarvoor aansprakelijk kan worden gesteld.

Dr. Beumer wees echter op de foutieve vergelijking van de positie van den particulier met die van den ambtenaar. Er is principieel onderscheid tusschen. Het feit dat een ambtenaar een bepaalde handeling heeft verricht stempelt uit den aard der zaak de 'daad onder bepaalde omstandigheden tot een daad van een ander karakter, dan wanneer een particulier hetzelfde doet. Ook het beroep op het delegatierecht van den G. G. wees hij af: dat zou alleen bewijzen dat de rechtspositie van den ambtenaar te wenschen overliet. Met het oog op het prestige van den Volks-Raad zou hij het wenschelijk vinden, dat die bepaling in het ontwerp kwam te staan. Ook in Engelsen-lndi&»bestaat een dergelijke bepaling.

De Hr. Bogaardt, die het amendement indiende, herinnerde er aan, dat men niet zoo licht iemand uit 's lands dienst oneervol ontsloeg. Jarenlang was hij lid geweest van de commissie vpor de verzoekschriften „en in dien tijd heb ik legio verzoekschriften in handen gekregen van niet-eervol ontslagen ambtenaren. Wanneer men de motieven nagaat, die tot het ontslag hebben geleid, dan kan men niet anders zeggen dan dat de betrokkenen terecht uit 's lands dienst waren ontslagen. Er zullen uitzonderingen zijn, maar die zullen gewoonlijk den regel bevestigen, dat men zeer nauwgezet is in het onderzoek of een ambtenaar al of niet oneervol uit 's lands dienst moet worden verwijderd."

Voor het prestige van den Volkraad behooren zij niet te worden toegelaten.

Dr. Beumer bleef het amendement een verbetering vinden en achtte het van algemeen belang, dat-het lidmaatschap voor den Volksraad niet open staat voor een ambtenaar, die zijn plicht zoo zeer heeft verwaarloosd

Sluiten