Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nummer en

Autoriteit

AARD DER WERKZAAMHEDEN

81. Gekozenen.

82. Voorzitter Volksraad.

83. Gouv.Generaal.

Om te constateeren dat de leden aan de vereischten sub. 1, 2 en 3 voldoen, hebban de tot lid van den Volksraad gekozenen nevens hun geloofsbrief aan den Volksraad over te leggen:

a. Zoo hij behoort tot de Europeanen: een uittreksel uit het geboorte-register, of bij gemis daarvan een acte van bekendheid, af te geven door het Hoofd van plaatselijk bestuur, waaruit tijd en plaats zijner geboorte blijken;

b. Zoo hij behoort tot de Inlanders of de vreemde Oosterlingen : eene verklaring van het Hoofd van plaatselijk bestuur, getuigende dat hem aannemelijk is gemaakt, dat de gekozene op den dag waarop hij gekozen werd verklaard, den ouderdom van vijf en twintig jaren had vervuld;

e. Zoo hij niet-landsdienaar is: eene verklaring van het Hoofd van gewestelijk bestuur, getuigende dat hij op den dag waarop hij gekozen werd verklaard, ingezetene van N. I. was;

ƒ. Zoo hij niet-Nederlander is: eene verklaring van het Hoofd van gewestelijk bestuur, getuigende, dat hij op den dag, waarop hij gekozen werd verklaard, den staat van Ned.-Onderdaan bezat.

Voorts kan geen lid van den Volksraad zijn hij, die een met dat lidmaatschap onvereenigbaar ambt vervult, nl:

1. vice-president of lid van den Raad van Nederlandsch-lndië;

2. hoofd van een departement van algemeen bestuur.

3. Voorzitter of lid der algemeene Rekenkamer.

4. secretaris van den V.R.

Het onderzoek van den geloofsbrief van hem, die gekozen is ingevolge een der art. 31, 33, 34 of 35 van dit besluit, strekt zich niet uit tot punten, rakende de wettigheid van de verkiezing van reeds toegelaten leden.

Indien de V.R. bij het onderzoek der geloofsbrieven enz. vaststelt, dat een gekozene geen lid van den Raad kan zijn doet de Voorzitter van den Raad hiervan onverwijld mededeeling aan den Gouverneur-Generaal.

De Gouverneur-Generaal kan echter in afwijking van het gevoelen van den Raad de toelating van den gekozene bevelen,

Naam en artikel der Verordening

AANTEEKENINGEN

*n. 38 V.R.

kiesverord.

punt is hier niet uitgemaakt. Vgt. art. 6 lid 1 Locale Raden-ordonnantie. De rechterlijke macht en de administratie in Nederland beslissen deze vraag bevestigend.

Voor de ontzetting der verkiesbaarheid zie art. 106 sub lojo. 35 sub 3o nieuw Strafwetboek.

voor sub 6" zie blz. 53.

Deze stukken behoeven niet gelijktijdig met de geloofsbrieven te worden opgezonden aan den Voorzitter van den Volksraad. Ze kunnen desnoods worden overgelegd op den dag der zitting waarop tot onderzoek der geloofsbrieven wordt overgegaan.

De regeling om den leeftijd van den Inl. en V. O. vasttestellen1 (sub b) laat wellicht te veel over aan het subjectief inzicht van het H. v. pl. bestuur. Doch de gekozene zal zich niet behoeven neer te leggen bij eene verklaring van gend. Hoofd getuigende, dat hem met-aannemelijk is gemaakt, dat de gekozene op den bedoelden dag 25 jaar oud was, en daarom zijn ontslag nemen.

De eenige autoriteit die hierover te beslissen heeft is de V.R. zelf, die dus bij het onderzoek der geloofbrieven ook zelfstandig zal hebben na te gaan of er waarschijnlijkheid bestaat, dat de betrokkene zijn 25e jaar heeft vervuld. De betrokkene kan zich dus tot den V.R. wenden.

Zoo ook t.a.v. de andere punten.

Art.

Art.

ki

134 R. R

41 V.R.

'esverord.

Art. 49 v l>

k'esverord. lid 1.

ide

m lid 2.

reeds voor het geheel

is en

sub 1. deze leden treden in den R. v. N. als adviseur van den G.G. op;

sub 2. hieronder vallen ook de hoofden van de militaire departementen. Deze personen sub 2 hebben toch het ontwerp der begrooting in den V.R. te verdedigen;

sub 3. deze personen hebben bemoeienis met de rekening, die later aan het oordeel van den V.R. wordt onderworpen, ter voorloopige vaststelling van het slot der ontvangsten en uitgaven van het betrokken dienstjaar.

sub 4. omdat deze ambtenaar de dienaar van den V.R. door dezen wordt benoemd: art. 132 lid 7 R.R.

Indien derhalve een lid van den V.R. tot een dezer ambten zou worden benoemd en hij die benoeming aanneemt, dan zal de G.G. hem hebben te ontslaan, tenzij de benoemde zelf ontslag neemt. Indien echter een dezer ambtenaren tot lid van den V.R. mocht zijn benoemd of gekozen zal hij eerst eervol uit dat ambt moeten worden ontslagen, alvorens hij tot lidmaatschap van den V. R. zou mogen worden toegelaten.

Dit laatste geval zal zich wel zelden voordoen, wellicht alleen voor zoover het geldt blijvers, die in die onvereenigbare ambten hun pensioen reeds hebben verdiend.

Sluiten