Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nummer en

Autoriteit

AARD DER WERKZAAMHEDEN

84. Voorzitter Stemkantoor.

85. Gouv.Generaal.

86. Volksraad.

87. Leden Volksraad.

maar is gehouden, zijn daartoe strekkend besluit met redenen te omkleeden.

Het tegenovergestelde kan zich ook voordoen: dat de V.R. beslist den gekozene toe te laten, maar de G. G. daartegenover oordeelt, dat de tot lid verkozen persoon niet (of niet langer) lid van den V. R. kan zijn, en in het geval hij overeenstemt met den V.R. zal hij de verkiezing vernietigen.

Door of vanwege den G.G. wordt van deze beslissing onverwijld mededeeling gedaan aan den Voorzitter van het Stemkantoor

Binnen 14 dagen na ontvangst dier mededeeling wordt in de plaats van den niet-toegelatene voorzien, op de wijze voorgeschreven in art. 31 V.R. kiesverord.

Tot die vernietiging gaat de G. G.' ook over, indien hij tot lid van den V. R. heeft benoemd, personen, die niet of niet langer lid van de V. R. kunnen zijn en handelen hij en de vz. van het Stemkantoor als hiervoor is aangegeven.

Aanvaarding.

Nadat de V. R. heeft beslist omtrent de toelating van de leden zullen zij alvorens zij hun lidmaatschap kunnen aanvaarden in handen van den G.G. of in de vergadering van den V. R. in handen van den Voorzitter, daartoe door den G. G. gemachtigd, den volgenden eed (verklaring en belofte)

afleggen :

Eed:

„Ik zweer (verklaar), dat ik, om tot lid van den Volksraad benoemd (verkozen) te worden, middellijk noch onmiddellijk onder welken naam of voorwendsel ook, aan iemand, wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, of geven zal.

„Ik zweer (beloof), dat ik, om iets in deze bediening te doen of te laten, van niemand hoegenaamd eenige beloften of geschenken zal aannemen, middellijk noch onmiddellijk.

„Ik zweer (beloof) trouw aan den Koning en dat ik het Reglement op het beleid der Regeering van N. L steeds zal helpen onderhouden en het welzijn der kolonie naar mijn vermogen zal voorstaan".

Naam en artikel der

Verordening.

Art. 138 lid 2.

R. R.

Art. 34 V. R.

kiesverord. lid 1.

idem lid 2.

Art. 138 lid 2

K.R. io. Art. 34

P"d 1 en 2 V.R

kiesverord.

Art.

136 lid 2 R. R.

AANTEEKEN 1 N G EN.

Het ontslag van het lid, tevens Voorzitter geschiedt in de gestelde gevallen door den Koning. Art 138 lid 2 R.R. bv. indien de Voorzitter van den V. R. benoemd zou worden tot het hooger bezoldigd ambt van vice-president van den Raad v. N. I'.

Benoeming van een persoon, die niet lid kan zijn, zal zeker tot de uitzonderingen behooren. T.a.v. de gekozenen kan het geval zich meer voor doen, door de lange tijdsruimte die ligt tusschen verkiezing en het onderzoek der geloofsbrieven.

Art. 136 2e lid K.R. bepaalt dat die eed „in handen van den G. G. of in de vergadering van den V.R. in handen van den Vz. enz." kan worden afgelegd. In Nederland is het gewoonte, dat de eed wordt afgelegd in handen van den tijdelijken Voorzitter, daartoe gemachtigd door den Koning. De G.G. zal deze bevoegdheid ooi; wel delegeercn aan den Voorzitter van den V.R.

Het le en 2e lid -omvatten den z.g. zuiveringseed; het laatste hd van de formule den z.g. eed van getrouwheid.,

Belofte van trouw aan den G.G. behoefde niet afzonderlijk te worden vermeld. Immers dat vloeit vanzelf voort uit het onderhoudt van het R.R. en de belofte van trouw aan den Koning, wijl de G.G de vertegenwoordiger des Konings is (art. 1 R. R.).

Kolonie: Is dit woord met voordacht gekozen, om de saamhoorigheid van N.I. met Nederland te doen uitkomen? Zoo neen, waarom hier niet gesteld „van Ned.-lndië."? Vgl. blz. 31.

Voor de weglating van het gebruikelijke slot van den eed zie blz. 56.

Art. 14. Algemeene Bepalingen van wetgeving op is deze eedsaflegging van toepassing.

„De eedsaflegging, waar die, hetzij in, hetzij buiten regten noodig geoordeeld wordt geschiedt overeenkomstig de godsdienstige wetten en gebruiken van eiken bijzonderen landaard of gezindte"

Het 2e lid, luidende:

„Wanneer die wetten of gebruiken meer dan eene wijze van eedsaflegging verhinderd erkennen, staat het, voor zooveel den

Sluiten