Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nummer en

Autoritei!

AARD DER WERKZAAMHEDEN

108 Leden.

109. Gemachtigden.

110 Leden.

111 Volksraad.

Amendementen.

(1) Amendementen en sub-amendementen moeten om een

uiiuciwciu van ueraausiaging uit te maken, door ten minste drie leden worden voorgesteld of ondersteund

(2) Zij moeten schriftelijk aan den voorzitter worden

ingediend en worden na gedrukt te zijn, aan de leden

/ onugeaeeia

(j) ue Kaaa kan beslissen dat een amendement of subamendement zonder Pedruki en rondo-pdpplrl tp 7-iin in hphnn-

deling zal worden genomen.

De voorstellers mogen meer dan tweemalen over hetzelfde onder-

wcip wei wuuru voeren.

\U-,,,K.5 An 1 l i

vvanncci uij uc uucuudic ueraausiaging over eenig onaerwerp punten ter sprake komen, die niet in het verslag van

de Commissie van rapporteurs betreffende het onderzoek van

eia. cmuciwcijj cu nel aniwoora aaarop van ot namens den ü. G. zijn aangeroerd, kunnen de aangewezen gemachtigden

van den G. G. zich van het geven van inlichtingen daar¬

omtrent versenoonen.

moiie van urae.

ten motie van orde, tot sluiting der beraadslaging, moet, om door den voorzitter in rondvraao- tp k nnnpn wm-Hpn nrp-

bracht door ten minste drie leden worden voorgesteld of

ondersteund.

{2J Over zoodanige motiè, die niet met redenen mag zijn

Omkleed, WOl'Ht nipt hprnnHclnQrrH tn^r A^ ,n,n.,;n„. nrA

' ...... .-v.....uoiuci&vi llKICU UV. VUUlilUCl VltlUg»)

alvorens haar in rondvraag te brengen, aan den Gouverneur-

Generaal en aan de gemachtigden van den G. G. of zij over

llptcfPPIl aatl Hp nrHo ic nnrr tint mr\r\rA .,„„1 i

o uiu- f> "<-> vvuuiu vcuttugcii ie voeren-

........&.

Nadat de beraadslaging over een onderwerp gesloten is verklaard, gaat de Raad tot stemming over.

De leden van den VR. stemmen zonder tast van of ruggespraak met hen, door wie zij zijn benoemd oj verkozen.

Naam en

artikel der

herordening.

AANTEEKENINGEN.

Art. 22R.vO.

lid 1.

idem lid 2.

Aan de C. v. R. is het recht onthouden in Nederland aan haar toegekend, nl. dat zij ter openbare beraadslaging amendementen mag indienen en dat deze van van rechtswege onderwerp van beraadslaging zijn. Dit is van belang, niet voorzoover betreft het le lid van art. 22 R. v. O., want de C. v. R. bestaat uit drie leden, maar de C. v. R. in Holland behoeft niet schriftelijk hare amendementen in te dienen en over die ter openbare vergadering door de C. v. R. voorgestelde wijzigingen wordt niet door de Kamer beslist of zij in behandeling zullen worden genomen. Zij komen het van rechtswege.

idem lid 3.

Art. 23 R.v.O.

Art np»n

Art. 25 R.v.O.

lid 1.

■dem lid 2

Art. 26 R.v.O.

lid 1.

Aft. 136 R.R.

Üd 1.

Dit is slechts één der moties, die de V.R. kan nemen., nl. om aan te langdurige en onnuttige beraadslagingen een einde te maken. Maar er zijn nog andere moties: van afkeuring, van vertrouwen, van wantrouwen enz., die in Nederland van zeer groote beteekenis zijn, daar zij den val van een Ministerie ten gevolge kunnen hebben Hier zijn ze onschuldiger doordat de verhouding tusschen V.R., en den Gouverneur-Generaal en zijne dienaren (Directeuren) een

gansch andere is, maar toch zal de V.R. ook hierin strenge

zelftucht hebben te betrachten.

Dit artikel is klaarblijkelijk ontleend aan art. 19 R. v. O. voor de I Kamer. Het R. v. O. der He Kamer kent ook (art. 72) een motie van orde tot het doen sluiten der beraadslaging. Doch behalve deze motie kent dat R. v. O. ook nog moties v. orde, betreffende het voorstel in behandeling. Over zoodanige motie kan in tegenstelling met de motie tot sluiting der beraadslaging,- die niet met redenen mag zijn omkleed en waarover niet mag worden beraadslaagd—wel worden beraadslaagd, en kan deze beraadslaging zelfs op een nader tijdstip afzonderlijk geschieden.

Is de bedoeling van art. 25 R.v.O. V.R. om door uitdrukkelijk de motie v. orde te beperken tot die tot sluiting der beraadslaging, daarmede te kennen te geven, dat andere moties niet mogen genomen worden ?

Dit is niet waarschijnlijk, Vooral niet, waar aan den V. R. zelfs het recht wordt gegeven om aan de Koningin, de Staten-Generaal en den Gouverneur-Generaal verzoekschriften in te dienen, en hij verder —blijkens de beraadslagingen in de He kamer de V. R. ook het recht heeft „de s'enquérir" d.w.z. zich in loco op de hoogte te stellen van toestanden."

Zie blz. 39.

Sluiten