Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nummer en

Autoriteit

113. Gouv.Generaal.

114. Volksraad.

115. Gouv. Generaal.

AARD DER WERKZAAMHEDEN

Voorloopige vaststelling van de begrooting.

De G. G. stelt de begrooting voorloopig vast overeenkomstig

het gevoelen van den VolksraadIndien de Volksraad de ontwerpen niet zóó tijdig

terugzendt, dat de voorloopige vaststelling vóór 1 Juli

mogelijk is, stelt de G. G. de begrooting vast zonder het

advies van den V. R. af te wachten.

De besluiten tot voorloopige vaststelling der begrooting worden openbaar gemaakt door plaatsing in de Javasche Courant vóór 1 Juli van het jaar voorafgaande aan dat, waarin de begrooting moet werken.

(1) De wetsontwerpen tot dejinitieve vaststelling van de begrooting worden uiterlijk op het tijdstip, voor de indiening van de ontwerpen tot vaststelling der Staatsbegrooting bij art. 124 der Grondwet bepaald, aan de Staten-Generaal aangeboden.

Verleenen van credieten enz.

dit onderwerp heeft de V. R. belangrijke

Ook t. a. v.

bevoegdheid:

(1) Wanneer eene uitgaaf, waarin bij de begrooting niet is voorzien, noodzakelijk is en daarmede niet kan gewacht worden op de tot standkoning van de wet tot definitieve vaststelling van de daarvoor vereischte verhooging der begrooting, is de G. G. bevoegd om aan het besluit tot voorloopige vaststelling van die verhooging uitvoering te geven.

(2) Daarvan wordt mededeeling gedaan aan den V. Ren de algemeene Rekenkamer in N. I.

(1) Wanneer eene uitgaaf, waarin bij de begrooting niet is voorzien, zóó dringend noodzakelijk is, dat daarmede niet gewacht kan worden op de totstandkoming van het besluit tot voorloopige vaststelling van de daarvoor vereischte verhooging van de begrooting, is de G. G. bevoegd om een crediet boven de begrooting te openen.

(2) Daarvan wordt aan de Algemeene Rekenkamer in N. I. mededeeling gedaan

Naam en artikel der Verordening.

AANTEEKENINGEN.

Art. 4 C. W lid 2.

idem lid 3.

'dem lid 4.

Art. 5 C.W. lid 1.

Art. 10 C.W. lid 1.

'dem lid 2.

rArt. 11 L-W. lid 1.

kl

em lid 2.

Art. 124 der Gw. bepaalt, dat de ontwerpen der algemeene begrootingswetten van het Rijk aan de He Kamer moeten worden aangeboden dadelijk na het openen der gewone zitting van dc StatenGeneraal, vóór den aanvang van het jaar, waarvoor de begrootingen moeten dienen. En art. 100 Gw. stelt de opening der gewone zitting de'r Staten-Generaal op den 3den Dinsdag in September.

De C. W. heeft op dit punt (het verleenen van credieten) dooide instelling van den V. R. een belangrijke wijziging ondergaan.

Het oude art. 31 C.W. gaf in de gevallen waarin eene verhooging der begrooting onvermijdelijk is en de gelegenheid tot tijdige verhooging bij de wet niet bestaat, den G. G. de bevoegdheid om credieten boven de begrooting te openen, die dan binnen den kortst mogelijken tijd aan de bekrachtiging van' de wet moesten worden onderworpen.

Door de instelling van den- V. R. is dit nu anders geworden.

De gevallen van art. 31 C. W. (oud) zijn nu in 2 groepen gesplitst:

De eerste groep omvat die gevallen, omschreven in art. IOC. W., waarin dus de nood niet zóó dringt, of de V. R. kan over de vereischte verhooging worden gehoord; alleen de bekrachtiging van de wet kan niet worden afgewacht. •

Dan komt de V. R. dus geheel tot zijn recht.

Aan zijn beslissing wordt door den G. G. voorloopig uitvoering gegeven.

De tweede groep omvat die gevallen, omschreven in Art. 11 C W., waarin zelfs op de voorloopige vaststelling der verhooging, overeenkomstig het gevoelen van den V. R. niet kan gewacht worden ; doch deze moeten tot de uitzonderingen behooren (zóó dringend noodzakelijk). Het ligt in de bedoeling om zooveel mogelijk den V. R. eerst over die verhooging te hooren. Art. 11 C. W. is slechts een veiligheidsklep. De G. G. zelf beoordeelt of die noodtoestand aanwezig is. Hij rekene daarbij zooveel mogelijk met den V. R. Art. 142 R. R. (zie No. 115) geeft gelegenheid daartoe, al is dan ook de V. R. niet in pleno geraadpleegd.

Sluiten