Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de verliefde op ,,'t goet der medegenootschap" (Adam) die het dichtbije der heerlijkheid ontdekte.

Vondel is nieuwlichter, noch oorspronkelijke, noch hervormer, want hij is Hollander. En in den grond is een Hollander een Shakespeare noch een Luther of Loyola, maar wèl een Thomas a Kempis, een Erasmus, een calvinist, d.i. een mensch in wien het elders ontwaakte leven zich volledig openbaart, zijn schoonen volmaakten vorm vindt, zooals in zijn Amsterdam het leven dier dagen. Zijn ontroerende bescheidenheid, gezalfde burgerzin en volmaakt holiandsch conservatisme maakt dien winkelier uit de Warmoesstraat den hartstochtelijken held die, midden in het rumoer der geweldige tijden, door zijn keizerlijk woord die tijden verklaart en beheerscht, gelukzaligt en verdoemt. Als deze dichter scheldt, want wat de mensch afwijst, teekent hem meer dan wat hij bevestigt, scheldt hij niet tegen slechte poëzie, maar tegen slechten burgerzin, slechte vroomheid — en op dit punt is deze ouderwetsche burgerman moderner dan de modernste, en een lichtbaak in onze poëtische en sociale nevelen. Daardoor ziet hij, de goed-roomsche, calvinistischer dan de calvinisten (Salmoneus), is hij, de volgzame gezagsman, de onvermoeibare uitroeper der vrijheid; daardoor is hij een dier allerzeldzaamsten, in wien poëzie en religie in oprechte trouw volmaakt zijn vereenigd; en hierdoor vooral blijft hij niet slechts een groote, die er geweest is, maar dien we verlangend verwachten.

„In al zynen handel en wandel onbesprooken, zeedig, needrig, vreedtzaam, zonder gewinzucht — de lof zyner gedichten was zyn eenige winst — en zoo maatig omtrent den drank, dat ik niet weet, of hem iemant ooit beschonken zag. . . Voor eenige zyner werken zagh men David, speelende op zyne harp, en daar onder deeze spreuk, Justus fide vivit; die tweezinnig was, en vertaalt kon worden, De rechtvaardige leeft door 't geloof: of Joost leeft door zyn snaaien" (Brandt).

Daarom geeft hij ook aan die kunst die blijvende wet waarvan het eerste en laatste artikel luidt: „Elk ding wil

Sluiten