Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij behoort, geloofstwist zien ontbranden. Belijdenis tegen belijdenis, meening tegen meening, waar is de eenheid ? Wat is dit anders dan eigenwillige godsdienst? Door de poëzie echter ademt hij in wijder kring. Calvinisten, stoïcijnen, roomschen allen één door de poëzie. Maar die poëzie zal, om haar eigenheerlijkheid niet in te boeten, zijn ter heerlijkheid Gods. Dus gaat hij speuren in den hof der historie, waar toch ook God zijn voetstappen zet, zoo goed als in het onfeilbare boek, hem van kinds af eigen — en geeft zijn stichtelijke poëzie. Die wordt verworpen door de kerkelijke keurmeesters. Voor zijn Constant ij n en Gysbreght moet hij kennis maken met de oudste en middeleeuwsche kerk, en - zie daar is roomsch nog christelijk! Het ïazend „misvertrouwen" der predikanten opent hem de oogen voor de schoonheid der ééne, heilige algemeene kerk, waarnaar hij snakt. Want zonder gezag kan niemand leven, en zonder geestelijk gezin geen mensch gezond blijven. Maar waar is zijn geestelijk tehuis ? Hij gevoelt een leegte, die hij tevergeefs wil wegwerken, wil volzingen. De broedertwist heeft hem het hart geraakt. Hugo de Groot hoopt nog op de hereeniging aller christenen, in één kerk. Hij ook — maar waar zal die beginnen? Waar is een gezag, sterk genoeg om die éénheid te verwerkelijken? En zie, daar laat zijn lieve Anna, die haars moeders plaats in „De Trouw zoo waardig inneemt en hem zooveel nader leeft dan zijn wat loszinnige Joost, daar laat Anna zich niet doopen bij de Waterlanders maar bij de roomschen! Een teeken des hemels? Hij maakt kennis met den man die haar hiertoe bewoog, met pastoor Marius.

Hem kennen is hem beminnen. Zooals hij schrijft in de Lijkstaetsi van den E. Heer Leonardus Marius (1652):

Wie op een' driesprong yst Zijn veder volge, en hant, die yder wijst.

Ootmoedige Geleertheit, Involger der weerstrevende onbekeertheit,

Versmader van gewin, Beminnaer van oprechtheit, vrede, en min;

Hoe treuren wy, verlaten

Sluiten