Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwakke gezondheid dienstig, en voor de behoeften van zijn rusteloozen wetenschappelijken arbeid passend was.

Doch, hoe dan ook zijn geldelijke omstandigheden mogen zijn, overigens was er voor hem geen reden tot klagen. Hij ontwikkelde een buitengewone werkzaamheid, die zijn' naam door heel de geleerde wereld klinken deed, en hem bracht op het toppunt van zijn' roem. Te Cambridge trad hij een tijdlang op om onderwijs te geven in het Grieksch, voor Colet's school schrijft hij een werk van paedagogische strekking, gevolgd door een ander, dat handelt over de eischen den onderwijzer te stellen. Ook de uitgave van de werken van den kerkvader Hieronymus werd in deze jaren door hem voorbereid.

Het meest echter trok de aandacht een geschrift van betrekkelijk geringen omvang, dat ook nu nog als een der meest algemeen bekende werken van Erasmus mag worden beschouwd. Wij bedoelen zijn reeds even vermelde „Lof der zotheid". Hij gaf het uit op aandringen van zijn vriend Thomas More en droeg het aan dezen op. Beide, Erasmus en More, hadden een sterk ontwikkelden zin voor humor; al was het dan ook More, die zijn* vriend aanspoorde tot het uitgeven van den „Lof der zotheid", het is toch zeer de vraag, of Erasmus blijken geeft van de rechte zelfkennis, wanneer hij verzekert, dat zulk werk eigenlijk geheel niet naar zijn aard was: „hij (More) bracht mij ertoe, den „Lof der zotheid" te schrijven, d. i. hij bracht een kameel tot dansen".

Veel over dit werkje te zeggen is niet noodig. Het is over-bekend, en ook voor lezers, die het Latijn niet machtig zijn, gemakkelijk toegankelijk x). Ieder kan dus zonder moeite kennis maken met dit geschrift, waarin de Zotheid een lofrede houdt op zichzelf, zich de eer toekent, het gansche bestaan der menschen te beheerechen, en de bron te zijn van alle levensvreugde.

*) De Lof der Zotheid verscheen nog onlangs in eene nieuwe Nederl. vertaling van wijlen Dr. J. B. Kan, uitgegeven en van korte ophelderingen voorzien door Dr. A. H. Kan, in de „Wereldbibliotheek".

Sluiten