Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heen tot de kerk waarvan hij zich niet losgemaakt had.

Hij is de geleerde, meer de man van intellect dan van gemoed, die, zelf zijn genot vindend in den arbeid aan zijne schrijftafel, verdiept in zijne classieken en in bepaalde deelen der H. Schrift, geen oog heeft voor de roerselen van het volksleven, en weinig vatte van de religieuze worsteling, waar- het ging om in de Reformatie.

Hij meende door zijne geschriften, door zijn spot en satire, mede te helpen aan de innerlijke hervorming en verbetering der kerk. Door z'n litteraire werkzaamheid, langs een rustigen weg meende hij, dat zulk eene verbeteiing zou worden bereikt. Vandaar dat hij ook den paus soms aanmaant tot bezadigd optreden tegen de door Luthers toedoen in gang gezette beweging. Hoe weinig hij in staat was, de beteekenis en draagkracht van Luthers': optreden te beseffen, en hoe slecht hij de diepste en krachtige motieven verstond, waardoor deze onweerstaanbaar gedreven werd, blijkt wel uit zijne illusie, dat de vrede in de kerk nog wel zou terugkeeren wanneer de paus maar een algemeen concilie samenriep waarin niet anders dan gematigde verzoeningsgezinde en vredelievende personen zitting zouden hebben. En dat in I toen toch ongetwijfeld de zaak der Reformatie te vergevorderd was dan dat zij op zulk eene wijze had kunnen gekeerd worden.

Hij was vreemd aan den ziele-nood en de ziele-worstehng, waarin een Luther door zijn zonde-besef voor zijn God was neergevallen, en waaruit deze eerst uitkomst had gevonden mèt het antwoord op de vraag, hoe hij, zonder dat eenig schepsel zich tusschen God en zijne ziel plaatste, een genadigen God kon hebben.

Daarom kon Erasmus telkens den raad geven, dat men zich toch over Luther niet zoo druk zou maken; daardoor kon hij de vergissing begaan, te denken, dat het beste was, tot Luthers beweringen het zwijgen maar te doen. Hij meende, indien men tegen Luther maar niet zoo heftig te keer was gegaan, zou de zaak niet zoon vaart geloopen hebben, tn nog, als men zich maar drie maanden stil hield, zou de heeie Luther met zijn geschrijf wel vergeten zijn .

Sluiten