Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ingespannenheid van ijver, van standvastigheid en moed, is voorzeker loffelijk en tot het volvoeren van groote zaken onmisbaar: doch nog loffelijker is het, en tevens niet minder noodzakelijk, wanneer een gunstige uitslag Uwe wenschen bekroont en U de haven der begeerte heeft doen bereiken, U dan te matigen en U door geen aandrift verder te laten vervoeren, waar gij uit den brand van zoo groote rampspoeden gered hadt. Gij beweert, en misschien niet geheel en al te onregt, dat er nog zoovele dingen overig zijn, die beter moesten geregeld worden. Even alsof de menschelijke wijsheid ooit dien trap van volkomenheid zal bestijgen, dat hier op aarde niets meer voor verbetering vatbaar is.

Gij zegt wel telken reize, dat de volkeren, na zoo groote proeven van moed en standvastigheid in het beoorlogen van buitenlandsch geweld betoond, thans met het hoogste regt aanspraak mogen maken, om, ook in het verbeteren hunner Vaderlandsche instellingen, dezelfde pogingen aangewend te zien. Even als of ter bewaring der pas verkregen goederen, of ter verkrijging van nog andere, iets eerder vereischt werd, dan de bezadigdheid der volken zelve. En hier durf ik het gevoelen van sommige Fransche drogredenaars niet alleen berispelijk, maar zélfs verderfelijk als de pest noemen, die zich vermeten te zeggen, dat de belangen der burgers en regenten in eenen eeuwigen tweestrijd tegen elkander zijn, dat er tusschen dezelve eene onverzoenlijke vijandschap bestaat, en er nimmer eenige gelegenheid, zelfs niet die het blinde toeval aanbiedt, verwaarloosd moet worden, om elkander de loef af te steken. Een leer voorwaar, die met de onteerendste oogmerken van één tracht te rijten, hetgeen de natuur zelve met de sterkste banden vereenigd en vastgebonden heeftJ). Welk gehoor had een man te verwachten, die, zonder ophouden, leerde, dat juist in een gematigde toepassing der

') t. a. p. pag. 148.

Sluiten