Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

revolutie beginselen het groote gevaar lag '). en daartegen den strijd wilde aanbinden, „op leven en dood ? s)

Groen's levensloop is spoedig verhaald. De groote opofferingen die, zoovelen zijner tijdgenoot en, zich in hunne jeugd hadden moeten getroosten, bleven hem onbekend. Zijne ouders leefden toen, gelijk later, op grooten voet en konden hem eene voortreffelijke opvoeding geven. „Van den bekenden Beekman8) genoot hij, op de school van het Haagsche Departement van het Nut, zijn eerste onderricht"; ter catechisatie ging hij bij Dermout ')» den schrijver der „Geschiedenis der Ned. Hervormde Kerk" en toen zijne ouders het plan om hem, op „Stad en Vaart", eene kostschool, bij Haarlem, voor de Academie voor te bereiden, hadden moeten opgeven, leerde hij op de Latijnsche school zijner vaderstad, van Kappeyne van de Coppello 6) de eerste beginselen van het Latijn en het Grieksch 6). Op de Hieronymusschool, zooals het Utrechtsch gymnasium toen nog heette, ontving hij zijne verdere opleiding voor de Hoogeschool en, toen hij die in den aanvang van 1817 had voltooid, werd hij, den 29 Mei 1819, te Leiden, student in deletteren en rechten. Na zijne promotie was hij korten tijd advocaat in den Haag en vervolgens eerst referendaris en daarna secretaris aan het Kabinet des Konings, uit "welk ambt hij den 4en Maart 1836 scheidde en hem den titel van Staatsraad in buitengewonen dienst werd verleend. In 1840 zat hij voor Holland in de dubbele Kamer en later in de Tweede Kamer voor Harderwijk, Zwolle, 's Gravenhage, Leiden en Arnhem, en, nadat hij den 27en Augustus 1866 zijn lidmaatschap van die vergadering had nedergelegd, bleef hij, tot aan zijn dood, ambteloos, zijn tijd verdeelend tusschen historischen

') Ned. Ged. V pag. 315.

2) Ongeloof en Revolutie pag. 6.

') Geb. te Veui 2 Sept. 1766, overl. te 's Hage 13 Maart 1843. 4) Geb. te Hoorn 31 Jan. 1777, overl. te 's Hage 22 Oct. 1867. 6) Johannes Kappeyne van de Coppello geb. te Middelburg 7 Maart 1740, overl. te 's Hage 27 April 1833. •) Ned. Ged. 1873 pag. 249.

Sluiten