Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het. kabinet Vilelle tot aan den Julidagen, meesterlijk geredigeerd werd.

Voorts was mij opgedragen het geregeld bijwonen der beraadslagingen in de Tweede Kamer namelijk tot de zitting te Brussel, in October 1829, door de heftigheid der oppositie buitengewone belangrijkheid verkreeg ]). De Koning wenschte spoedig van den loop en afloop der discussie in de hoofdpunten berigt te ontvangen. Ik was aldus van nabij toeschouwer van het drama, dat in die gewichtige maanden gespeeld werd.

Hierbij kwamen, sedert ik, in April 1829, bevorderd was tot Secretaris van het Kabinet, de gesprekken met den koning. Telkens bracht ik de gereed gemaakte stukken en dikwerf onder en na het teekenen, maakte Z.M. aanmerkingen over de gebeurtenissen, in en buiten 's lands, vooral des avonds wanneer hij, die winter en zomer reeds om 4 uur aan het werk was, eer hij zich ten ruste begaf, somtijds behoefte scheen te hebben om zich nog tot dezen of genen over het geen hem ter harte ging te uiten2). Ik waag mij niet aan een karakterschets. Elders s) heb ik reeds mijne beschouwing voor zoover ik mij hiertoe berekend achtte, medegedeeld. Men

') Meerdere aaneensluiting en bijkans eenparigheid der Noordelijke leden. Desniettemin benoeming van een door de oppositie gesteunden President (met 43 tegen 41 stemmen) en afwijzing (als lid der Permanente Commissie van het amortisatie syndicaat en dus zeide men comptabel ambtenaar) van een nieuw lid der Kamer (Brugmans) die als ijverig voorstander van het bewind bekend was (met 45 tegen 41). 26 Nov. voordragt eener wet op het Onderwijs waarbij geen oprigting van particulteren scholen zonder getuigsehrift van bekwaamheid en goed gedrag en autorisatie van hét plaatselijk bestuur vergund wordt (onmiddellijk uitgekreten als een ontwerp van legale Tyranny). Vierdaagsche discussie (geëindigd 3 Dec.) werd de zaak van Fontan, gelijksoortig aan die van Cauchois—Lemaire; het overgaan tot de orde van den dag en de verzending naar den Minister van Justitie afgestemd (beide met 62 tegen 35). Overweging van het Budget in de sectién; de oppositie vasthoudend in haar eischen; dreigementen en triomf blazen in Journalen en Pampfletten. (Handboek § 1050, 6e druk).

Cauchois Lemaire was een Franschman die wegens het uitgeven van oproerige geschriften het verblijf in België ontzegd was.

') De aanteekeningen door Groen van deze gesprekken gehouden zijn uitgegeven door dr. Colenbrandei in de Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap Dl. 31, pag. 232—274.

») Handboek § 954.

Sluiten